Je bekijkt nu De wapenzegels van de familie Heemskerk
Verzameling JD

De wapenzegels van de familie Heemskerk

Verhaal eerder verschenen in de Novatobode, hier aangevuld met nieuwe vondsten.

Als je in Noordwijkerhout Duivenvoorden heet ben je niet bepaald een uitzondering. Toch vormen alle dragers van die achternaam wereldwijd, hoe je het ook schrijft, één familie. Zij hebben dezelfde stamvader. Tien jaar onderzoek naar nog oudere voorvaderen loopt echter vast bij een Jan Janszoon uit begin 17e eeuw. Gelukkig kwamen er nieuwe kansen voor uw schrijver toen zijn zoon en een jongedame Heemskerk verstrikt raakten in de netten van Amor. Eens kijken hoe het zit met haar stamboom, hoe ver kunnen we dan terug?

De achternaam Heemskerk verwijst naar het gelijknamige dorp en wordt in westelijk Nederland gebruikt door families die onderling niet verwant hoeven te zijn. Voor de Bollenstreek zijn er twee families die maar niet aan elkaar te koppelen leken. Enerzijds zijn dat de afstammelingen van Mattheus Corszoon Heemskerk waarvan vele in Noordwijkerhout wonen. En anderzijds zijn er in de Bollenstreek nazaten van Cornelis Willemszoon Heemskerk, een 16e eeuwse schout van Sassenheim en Oegstgeest. Hij wordt zowel met de achternaam Heemskerk als met de bijnaam “Schouten” genoemd en zou de zoon zijn van een Willem Willemszoon, die voor hem schout in Sassenheim was. Op zichzelf aardig wat puzzelstukjes die al bekend waren maar het plaatje was niet sluitend. De uitdaging om nog eens naar de voor de hand liggende relatie tussen de twee families te zoeken heeft nieuwe inzichten opgeleverd. Het onderzoek loopt door maar tussentijdse conclusie is dat er wel degelijk sprake is van één grote familie Heemskerk in de Bollenstreek. Ook werd duidelijk dat één tak binnen die familie maar liefst vier schouten (wetsdienaren) met een eigen wapenzegel onder haar voorouders telt. Dat betreft de afstammelingen van Hendrick Mattheus Heemskerk en Neeltje Zwil (Swil), een echtpaar dat midden 17e eeuw op een boerderij aan de Herenweg in Noordwijkerhout woonde. Twee families met schouten onder de voorouders werden via hun huwelijk verbonden.

Op het terrein van W.A.M. Pennings aan de Herenweg staat nog altijd boerderij Landzigt op precies dezelfde locatie als de boerderij van Hendrick en Neeltje Heemskerk die enkele percelen weiland pachtten van de abdij Leeuwenhorst, zie kaart

Om dit te kunnen volgt een schema met het echtpaar Hendrick en Neeltje Heemskerk-Zwil en wederzijdse voorouders. Met globaal de periode waarin zij leefden.

Voorouders
Sassenheim

Voorouders
Noordwijkerhout
Willem Willemszoon
1468-1540 schout
Pouwel Claeszoon
1470-1550 schout
Cornelis Willemsz Heemskerk
1500-1577 schout
Pieter Geryt Aelwijnszoon
1500- na 1561 schout
Cors Corneliszoon Heemskerk
1540-1595 (?)
Willem Pietersz Zwil
1531-1610
Mattheus Corsz Heemskerk
1570-1629
Huibert Willemsz Zwil
1575-1650
Hendrick Mattheusz Heemskerk
circa 1605 -1673
Neeltje Huibertsdr Zwil (Swil)
circa 1605-1679
Hendrick en Neeltje woonden aanvankelijk in Heemstede, vanaf circa 1638 aan de Herenweg in Noordwijkerhout

De meeste dragers van de achternaam Heemskerk in Noordwijkerhout zijn te herleiden naar stamvader Mattheus Corszoon Heemskerk uit Heemstede, geboren rond 1570 en getrouwd met Wendelmoet Feijntesdochter uit Enkhuizen. Hun zoon Hendrick strijkt medio 1638 neer in ons dorp en vormt met zijn vrouw Neeltje Zwil de basis voor een boerenfamilie met talloze nazaten. De koppeling van Hendrick en Mattheus aan de Sassenheimse familie Heemskerk is niet eerder gemaakt in stambomen. Men vond aanwijzingen maar beoordeelde die blijkbaar als onvoldoende bewijs. Duidelijk was dat Mattheus een vader met de naam Cors had maar die was onvindbaar in de archieven van Lisse en Sassenheim.

In die dorpen kunnen we echter in 16e eeuwse documenten zoveel voorouders uit de Heemskerkfamilie vinden dat we na flink puzzelen uitkomen bij Willem Willemszoon uit het schema als stamvader. Hij wordt als 26-jarige al schout genoemd in het bekende “Informacie”-document uit 1494. Willem Willemszoon (de Oude) krijgt drie zonen: Willem (de Jonge), Cornelis en Floris. Er zijn mogelijk nog twee zonen. De Hillegomse schout Jeroen Willemszoon wordt samen met Cornelis genoemd bij een nalatenschap maar hun onderlinge relatie wordt niet duidelijk. En ook van een zekere Reyer Willemszoon die in Sassenheim naast Floris woonde weten we te weinig, mede omdat hij voortijdig sterft na een steekpartij tijdens een spelletje “klootschieten”.

Dit verhaal is eerder geschreven voor de Novatobode eind 2019. Na het inleveren van het artikel is het onderzoek voortgezet en dat heeft inmiddels nieuw bewijs opgeleverd over het gezin van schout Willem Willemszoon. Hij was getrouwd met Meijnsge Aelbertsdochter. Mogelijk was dat zijn tweede echtgenote. Schout Willem Willemszoon (1468-ca1540) had 6 zonen, die nu bewezen kunnen worden: Willem, Floris, Cornelis, Isaack, Jeroen en Aller. In onderzoek zijn nog een mogelijke zoon Reyer en eventuele dochters.

Floris Willemszoon (Schouten/Heemskerk) uit Sassenheim was zo’n vijf jaar schout in zijn woonplaats maar ook in Oegstgeest. Ook van hem is een schoutenzegel bewaard gebleven.

Zijn broer Jeroen Willemszoon was schout in Hillegom. Ook van hem staat nu vast dat hij een Heemskerk was en een schoutenzegel met de “klimmende leeuw” van Heemskerk hanteerde. Naast de vier voorouders met een wapenzegel uit dit artikel zijn er binnen de stamboom Heemskerk dus nog twee schouten te vinden.

Hun beider broer Isaack Willemszoon was kastelein van het slot Teijlingen. Hij beheerde het gebouw en/of bewaakte de kasteelmaterialen. Hij mocht van de Houtvester van Holland een huis bouwen, oostelijk van de voorpoort van het kasteel. Daar heeft hij een kleine 25 jaar gewoond, plantte er bomen en had er ook een wijngaard. Dat alles heeft hij kort voor zijn dood rond 1615 voor 250 gulden overgedragen aan de Houtvester en Domeinen van Holland.

Aller Willemszoon woonde in Leiden en bekleedde daar bestuursfuncties. Onder zijn afstammelingen vinden we o.a. de Leidse notaris Heemskerk.

Onder de kinderen van de zonen Willem (de Jonge) en Floris, die beiden in Sassenheim woonden, kunnen we geen Cors ontdekken. (Ook hun broers Aller en Isaack hadden geen zoon Cors JD 12/2020) Het lag daarom voor de hand dat Cors een zoon is van hun broer Cornelis Willemszoon en bewijs daarvoor is te vinden in een notarisakte uit 1604. Daarin wordt Mattheus genoemd als zoon van de vroeg overleden Cors Corneliszoon. Tegelijk worden ooms en tantes vermeld die “Schouten” als achternaam meekrijgen, daarmee verwijzend naar het beroep van hun vader. Mattheus treedt in de plaats van zijn vader bij de benoeming van erfgenamen door een vrijgezelle tante. Via andere bronnen weten we zeker dat genoemde erfgenamen kinderen van Cornelis Willemszoon Heemskerk zijn. Onder andere omdat zij genoemd worden met betrekking tot de boedel van schout Cornelis die ruim 30 jaar na zijn dood nog altijd niet verdeeld was! Er is sprake van een “desolate” erfenis die door curator Francois Thielmanszoon afgehandeld moet worden. De problemen van Cornelis stonden niet op zich; veel bewoners van de Bollenstreek kwamen in de knel als gevolg van de meedogenloze roof, moord en brandstichting gedurende de belegering van de steden Leiden en Haarlem tijdens de 80-jarige oorlog.

Het verzamelen van bronnen en opsplitsen van gevonden namen in Heemskerkgezinnen leverden met de notarisakten overtuigende aanwijzingen dat de Noordwijkerhoutse Heemskerken via hun voorouders Hendrick en Mattheus afstammelingen zijn van Willem de Oude en Cornelis Willemszoon, schouten van Sassenheim. En het wapen met de “Klimmende leeuw van Heemskerk” dat te zien is op beide “Zassemse” schoutenzegels vormt bewijs voor de vader en zoonrelatie tussen de twee. Aan menig document hingen de twee schouten Heemskerk hun wapenzegel maar er is slechts een enkel exemplaar bewaard gebleven.

Het ambt van schout moest men pachten bij de eigenaren van het heerlijkheidsrecht, meestal een dorpsheer of –vrouwe. Na de aanstelling als wetsdienaar kon geld verdiend worden met het uitvoeren van taken of rechten en men vormde een belangrijke schakel in het dorpsbestuur. Cornelis Willemszoon Heemskerk oefende het ambt niet alleen uit in Sassenheim en Oegstgeest maar was ook plaatsvervanger van de schout van Alkemade. Als schout nam Cornelis in 1565 het initiatief tot vorming van één de eerste polders in onze streek, de Floris Schouten polder in Sassenheim. Welhaast zeker genoemd naar zijn broer Floris Willemszoon Schouten/Heemskerk die niet lang daarvoor gestorven was. Hij was net als Cornelis schout van Sassenheim en zegelt ook met het familiewapen met de klimmende leeuw. Bij de polder had de familie overigens ook zelf belang want zij gebruikte de nodige hectares land in het gebied. Vader Willem Willemszoon woonde op de Oude Hofstede, noordoostelijk van de dorpskern van Sassenheim. Na zijn dood woonde daar Jonge Willem Willemszoon en kleinzoon Jan Willemszoon. De boerderij van Jan is afgebrand tijdens de 80-jarige oorlog. Op die locatie staat nu het Huis Ter Leede. Schout Cornelis Willemszoon Heemskerk woonde daar niet ver vandaan.

Dat Neeltje Zwil uit het rechter deel van het schoutenschema afstammeling is van de twee Noordwijkerhoutse schouten Pouwel Claeszoon en Pieter Geryt Aelwijnszoon was al langer bekend. Pouwel die slechts twee jaar jonger was dan de Oude Willem Willemszoon is 30 jaar lang schout geweest van ons dorp. Hij is rond 1550 opgevolgd door zijn Sassenheimse schoonzoon Pieter. Met hun gezinnen vormden zij belangrijke bewoners van het Langeveld. Zij woonden op boerderij Het Ent (Hogeveen) aan de Langevelderweg. Van beide schouten is het wapenzegel bewaard gebleven. De afstammelingen van Neeltje Zwil en haar man Hendrick Heemskerk mogen dus maar liefst vier wapenzegels in de stamboom hangen. Afkomstig van Sassenheimse en Noordwijkerhoutse schouten die in dezelfde tijd leefden en elkaar uit hoofde van hun  functie gekend moeten hebben! Die kennis heeft mogelijk zelfs nog een rol gespeeld bij het tot stand komen van het latere huwelijk tussen Hendrick en Neeltje.

Een familiewapen was in de middeleeuwen normaal voor adellijke families maar het bezit ervan is nooit gereguleerd in ons land waardoor ook burgers een wapen konden ontwerpen en doorgeven aan kinderen. De symbolen op de wapens hebben betekenis al is de interpretatie vaak een lastige klus. De “Heemskerk”-zegels waren meer dan een familiewapen, zij hadden wettelijke waarde, zij werden immers aan akten of charters gehangen ter bekrachtiging van de inhoud. In het geval van de Sassenheimse schoutenzegels is interessant dat het wapenschild met de klimmende leeuw gebruikt wordt door andere vooraanstaande naamgenoten uit de regio. Het lijkt een indicatie voor een afkomst uit “beter gesitueerde middeleeuwse kringen”. Het woord adellijk is hier bewust vermeden want voor je het weet trekken in maliënkolder gehulde Heemskerken met getrokken zwaard het dorp rond. Laten we dat beperken tot het Noordwijkerhoutse carnaval.

De vier wapenzegels

1527 Willem Willemszoon, wapenschild met klimmende leeuw, grote griffioen; in de rand zijn naam
1565 beschadigd zegel Cornelis Willemszoon; onder het wapenschild met klimmende leeuw, daarboven helmteken, in de rand zijn naam.
1547 zegel Pouwel Claeszoon; wapenschild met dwarsbalk met daarboven vermoedelijk een merlet (“geknot eendje”); grote adelaar; in de rand zijn naam.
1552 Zegel van Pieter Geryt Aelwijnszoon; wapenschild met zes-puntige ster en daarboven een helmteken, in de rand zijn naam.

Geen letter teveel.

De wapenzegels zijn tastbare bewijzen van voorouders die 500 jaar geleden leefden en in die zin uniek maar het onderzoek naar de familie Heemskerk is breder dan deze vondst. Zoals in bijna elke stamboom kom je kleurrijke figuren tegen. Bijvoorbeeld de persoon van Feijnto Pieterszoon uit Enkhuizen, schoonvader van Mattheus Corszoon Heemskerk. Hoewel ruim 470 jaar geleden geboren is zijn leven goed te volgen. Geboren in Enkhuizen waar hij in zout handelde, bier brouwde en aandelen in schepen kocht, belandt hij uiteindelijk als boer in Heemstede en wordt begraven bij de Maartenskerk in Hillegom. Zijn grafsteen ligt daar nog altijd. Volgens onderzoekers zou Feijnto samen met zijn schoonvader Hendrick begraven zijn want die namen staan op de steen. Zo vindt u dat overal vermeld in boeken en op internet. Maar wie wil er nu samen met zijn schoonvader in één graf liggen? De tekst op de steen luidt:

“DIT IS HET WAPEN EN DIE STEEN VAN FYNTO PIETERSZOON RIJCHOUTSEN “HIER LEYDT BEGRAVEN IEM HENDRYCK VA’EENCHUIS STERF INT JAAR 1611 DEN 4 SEPTEMBER”

Ons onderzoek leert dat schoonvader Hendrick van Enkhuizen al voor 1608 is overleden, dus minstens drie jaar eerder dan de vermelde datum. Wat men over het hoofd heeft gezien is het woordje IEM. Dat is de afkorting van Immetje (Hendrycksdochter). Feijnto ligt dus met zijn vrouw Immetje in hetzelfde graf en niet met zijn schoonvader. Immetje stierf zo’n twaalf jaar eerder dan Feijnto. Heeft hij haar koosnaampje laten uitbeitelen of wilde hij gewoon bezuinigen op het aantal letters? Grafstenen zijn doorgaans niet erg loslippig dus u mag het zeggen.

Aanvulling december 2020: Feijnte of Feijnto Pieterszoon werkte en woonde in Heemstede. Maar hij huurde tussen 1610 en 1620 circa negen hectare duinland in de Noordwijkerhoutse “Wildernis”. Daar was hij buurman van de familie van Neeltje Swil, die met Feijntes kleinzoon Hendrick Heemskerk zou trouwen.

Bij dit onderzoek is dankbaar gebruik gemaakt van de hulp van Noordwijker Frans Angevaare en André van Noort van Erfgoed Leiden. Bronnen: Nationaal Archief, Noord-Hollands archief, West-Fries archief, Hoogheemraadschap Rijnland en Erfgoed Leiden.

Geef een antwoord