Je bekijkt nu Een stamboom in duinzand, de zoektocht naar stamvader Jan
Huwelijksaangifte Jan Janszoon de schulpvoerder en Maertje Hendricksdochter van Leeuwen uit Noordwijkerhout April 1641 Leiden

Een stamboom in duinzand, de zoektocht naar stamvader Jan

Verslag van een zoektocht naar de onbekende voorvader “Jan”.

Zolang het sluitend stukje bewijs voor het bestaan van Jan Janszoon uit Leiderdorp als stamvader van de familie Duijvenvoorden niet gevonden is blijft onderstaande tekst – hoe plausibel alles ook klinkt – niet meer dan een theorie. Hoewel, dat zegt men ook nog altijd over de gedachtenkronkels van de heer Einstein….   Jan Duivenvoorden, 2020.

Inleiding.

Een stamboom uitpluizen vraagt om geduld, doorzettingsvermogen en het accepteren van frustraties als een voorouder niet gevonden kan worden in de toch rijke archieven van ons land. En het dwingt je om keuzes te maken in je onderzoek. Ga je voor elke voorouder die je kunt ontdekken dan heb je theoretisch honderdduizenden verschillende familieleden. Je kunt ook alleen de lijn van voorouders aanhouden die bepalend zijn geweest voor de ontwikkeling van je familie. Voor die werkwijze is in deze beschrijving van de familie Duivenvoorden gekozen: de lijn van de achternaam of vaderlijke familielijn. Achtergrond is dat in de regel kostwinners de welvaart en ontwikkeling van een familie bepaalden.

Wereldwijd leven er naar schatting 3- tot 4.000 dragers van de achternaam Duivenvoorden, ongeacht de schrijfwijze. Met twee belangrijke hoofdtakken in Noordwijkerhout en Katwijk. De naam verwijst naar het kasteel in Voorschoten dat al in de 13e eeuw gebouwd werd. Een kasteel waarvan de bewoners uit het oude adellijke geslacht Van Wassenaar zich lange tijd (Van) Duijvenvoorden genoemd hebben. De adellijke familie is interessant vanwege hun stamboom die teruggaat naar de 12e eeuw en de grote rol die zij in de geschiedenis van ons land hebben gespeeld. Een link met die familie zou dus een zeer oude stamboom opleveren maar moet eerst maar eens bewezen worden. Met de voor de hand liggende link met het kasteel en haar bewoners is de herkomst van de Noordwijkerhoutse voorouders dan ook een boeiend raadsel.

1672 Eerste vermelding van Arij Janszoon Duijvenvoorden als borg voor Jan Arijszoon van Teijlingen, de oom van Arij’s vrouw. Jan Arijszoon koopt op een boedelveiling een bed met toebehoren voor 20 gulden.

Naast de adellijke familie waren er in de 16e en 17e eeuw ook niet-adellijke dragers van de achternaam, maar hiervan zijn in onze tijd geen nazaten meer terug te vinden, waarmee Arij Janszoon Duijvenvoorden stamvader is geworden van de huidige dragers van de naam. Elke uitleg over nog oudere voorvaders, mits gebouwd op argumenten is waardevol en interessant. Dus de romanticus die heilig gelooft in een adellijke afstamming vanwege de bijnaam “Lapper” van stamvader Arij Janszoon en het voor de hand liggende verband met de verarmde adellijke schoenlappers Van Duvenvoorde uit de Breestraat in Leiden heeft net zoveel recht van spreken als de nuchtere geest die meent dat de familienaam verwijst naar een voorouderlijke boerenwoning in de nabijheid van het kasteel in Voorschoten.

Herkomstraadsel

Kern van het herkomstraadsel is het plotseling opduiken van vier dragers van de achternaam Duijvenvoorden in Noordwijkerhoutse documenten vanaf het jaar 1671. We spreken dan over de volgende personen:

  • Arij Janszoon: Arij komt vanaf 1671 veelvuldig voor in documenten, in diverse rollen.
  • Trijntje Jansdochter: zij trouwt in 1677 met Dirk Willemszoon Hogervorst uit Sassenheim maar woonde daarvoor in Noordwijkerhout.
  • Jan Janszoon: Jan wordt voor het eerst met achternaam vermeld in 1673, in een document waarin de nalatenschap geregeld wordt van de familie Coole, herbergiersfamilie uit Hillegom en Noordwijkerhout. Jan woonde toen mogelijk al in Hillegom.
  • Dirck Janszoon: hij wordt genoemd in de zogenaamde Morgenboeken van het Hoogheemraadschap Rijnland als gebruiker van een stuk land in de Hoogeveensche Polder in Noordwijkerhout, groot circa 700 roe (één hectare). Dat is ook de enige vermelding; door het ontbreken van een tweede bevestigende bron moeten we rond zijn bestaan nog een stevig vraagteken plaatsen.

Vóór het jaar 1671 komen we in Noordwijkerhoutse archieven geen familie Duijvenvoorden tegen. Maar als de bovengenoemde vier mensen dezelfde achternaam dragen mag verondersteld worden dat die naam doorgegeven werd via hun ouders en dus een oudere geschiedenis kent. Hetzelfde geldt voor de bijnaam van de familie: “Lapper” een bijnaam (toenaam) die gebruikt wordt voor Arij Janszoon en Jan Janszoon Duijvenvoorden. Over de achtergrond van het alias “Lapper” van de oudste Duijvenvoordens is niets bekend maar voor zowel Arij als Jan Janszoon geldt dat zij regelmatig onder de naam vermeld worden in documenten.

De bijnaam “Lapper” wordt in slechts 1 document direct gekoppeld aan de naam van Jan Janszoon Duijvenvoorden; daarbuiten zien we of alleen de naam Duijvenvoorden of alleen Lapper vermeld voor leden van de familie. De tekst: ” de verkoop van de konijnen die hij gedaan had aan Jan Jansz Duijvenvoirde alias Lapper….”

Ook wordt al in 1665 een Dirck Janszoon de Lapper uit Noordwijkerhout vermeld, maar bewijs dat dit Dirck Janszoon Duijvenvoorden was hebben we niet. Dat de naam Lapper gemeengoed was in Noordwijkerhout bewijst de naam “het Lappenest” voor de woning met akker van Arij Janszoon Duijvenvoorden op het Kerkeduin van Noordwijkerhout. Zijn zoon Jan zal die naam meenemen als hij een huisje bouwt aan de huidige Noordwijkse Randweg. De naam bestaat daar nog altijd, prijkt op een bord bij de ingang van een camping.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Arij Janszoon wordt in Noordwijkerhout meestal met de familienaam aangeduid, terwijl Jan Janszoon in Hillegom/Lisse wisselend Jan Janszoon Duijvenvoorden, Jan de Lapper of Jan Janszoon van Hillegom genoemd wordt.

1683: Arij Janse de Lapper koopt voor 64 gulden een zwarte merrie op een paardenveiling in de herberg bij Halfweg aan de Haarlemmer Trekvaart, veilingorganisator Jan Janse Lapper staat borg.

Op één document uit 1683 na is er geen enkele vermelding van Arij en Jan samen, ook niet van één van hen in combinatie met Trijntje Jansdochter Duijvenvoorden. De bijnaam zal nog lang aan de familie kleven, want ook de tweede generatie werd een enkele keer als De Lapper of Lap vermeld. Baafje Wassenaar, de derde echtgenote van Arij Janszoon wordt in 1745 als Baafje Lap begraven. Daarna vinden we de bijnaam niet meer terug. Maar in Noordwijkerhoutse archieven komen we het Lappenest nog tot eind 19e eeuw tegen, al was de oorspronkelijke woning toen al verdwenen. Op dezelfde locatie werd het bekende Duinhuis gebouwd, waar overigens ook weer Duivenvoordens woonden tussen 1820 en 1890!

Het Duinhuis op het Kerkeduin circa 1900. Fotoarchief Peter van den Burg, met dank!

De gedachte dat Arij, Dirck, Trijntje en Jan leden van één gezin zijn ligt voor de hand, maar het veilingdocument uit 1683 met zowel Arij als Jan de Lapper is dus het enige waarin twee leden van dat gezin samen genoemd worden. Van Arij en Trijntje staat vast dat zij in Noordwijkerhout gewoond hebben. Zij waren beiden nog jong op het moment dat wij hun naam voor het eerst tegenkomen in de archieven; Trijntje is dan nog ongetrouwd. Maar ook Dirck en Jan worden in relatie tot dit dorp genoemd. En doordat zij met elkaar een gezin van nog jonge mensen lijken te vormen versterkt dit de vraag waar hun ouders dan gebleven zijn of waar deze vandaan kwamen.Vier nog jonge mensen uit hetzelfde gezin die met elkaar neerstrijken in een dorp zonder dat er ook maar enige aanwijzing is dat hun ouders meekwamen? Een situatie die niet zo voor de hand lijkt te liggen. Was er misschien een band met het dorp Noordwijkerhout via familie? Ja, die was er. Voorbeelden:

  • Maertje Gardijn, de vrouw van Arij Janszoon Duijvenvoorden maakt deel uit van een familie die bekend was met het dorp. In de 17e eeuw zijn er verschillende momenten aanwijsbaar waarop de Wassenaarse/Rijswijkse familie Gardijn betrokken is bij transacties van landerijen in het Langeveld en/of De Zilk. Ook worden in 1672 Cornelis en Jan Jacobszoon Gardijn gerekend tot de zogenaamde “Weerbare mannen” van Noordwijkerhout, verre neven van Maertje. Zij woonden in De Zilk.
  • Daarnaast blijkt dat de oma van Maertje van moederszijde, Annetje Jansdochter,  oorspronkelijk uit Lisse afkomstig was en na haar huwelijk met Arij Dirkszoon van Teijlingen in Wassenaar kwam te wonen. De Lissese familietak is te herleiden naar Mourijn Dirckszoon en Peijnsge Jansdochter die daar tussen 1500 en 1520 geboren zijn. De families Gardijn en Van Teijlingen kenden elkaar in Wassenaar, zoals bronnen aangeven.
  • Een oom van Maertje aan moederszijde, Dirck Arijszoon van Teijlingen, woont  vijfentwintig jaar lang in bij Jan Pieterszoon van Velsen en zijn gezin in hun duinboerderijen “Puijckenduin” en “De Groote Sack” in het grensgebied tussen Noordwijk en Noordwijkerhout. Dit is op een steenworp afstand van de plek waar de kinderen van Arij Janszoon Duijvenvoorden zich later zullen vestigen en Arij zelf zijn eerste perceel land huurt.
Dirck Arijszoon van Teijlingen maakt in 1691 zijn testament op; waaruit duidelijk wordt dat hij al zo’n 25 inwonend was bij Pieter Janszoon van Velsen. Hij benoemt Pieter die in 1691 op boerderij de Groote Sack aan het Westeinde woonde tot zijn enig erfgenaam. Dirck was vrijgezel en werkte mogelijk als boerenknecht.

Dirck woonde in 1658 nog in Wassenaar maar heeft zich vermoedelijk kort na de dood van zijn moeder gevestigd bij de Van Velsens, een besluit waarbij Jeroen Pieterszoon van Velsen die in Wassenaar woonde een rol gespeeld kan hebben.

In 1673 wordt een Arij Arijszoon van Teijlingen genoemd als eigenaar of pachter van een stuk grond aan de Noordwijkse zijde van de Kraaierslaan. Daarmee was er naast Dirck die op Puijckenduin woonde mogelijk nog een Van Teijlingen in dezelfde omgeving wonend of werkend. Mogelijk werd ditzelfde perceel grond nabij de Kraaierslaan gepacht door Arij Janszoon Duijvenvoorden vanaf december 1671. Of het was het perceel ernaast.

Kortom: meerdere aanwijzingen dat de familie Duijvenvoorden via genoemde personen goed bekend moet zijn geweest met Noordwijkerhout en omgeving, nog voor de periode dat zij in documenten aan dit dorp gekoppeld wordt. Dit beantwoordt echter nog niet de vraag waar de vader van Trijntje, Dirck, Jan en Arij vandaan kwam, de onbekende “Jan”. Mogelijk ligt een aanwijzing opgesloten in de familiegegevens uit die periode. Hierbij gaan we uit van de stelling dat Jan Janszoon zowel vader als broer van Trijntje, Dirck en Arij kan zijn geweest. En als variant daarop houden we ook de mogelijkheid open dat er twee Jan Janszonen Duijvenvoorden waren, een vader en zoon.

Door vanuit deze stelling te werken kan er gerichter gezocht worden. Het onderzoek loopt nu bijna 10 jaar. Er is veel materiaal gevonden maar nog altijd niet dat ene sluitende document. Een beschrijving van alle vondsten en hun rol voor de bewijsvoering is te uitvoerig voor deze website, vandaar dat hier volstaan wordt met de hoofdlijn.

Zoektocht naar de onbekende Jan

Bij het ontbreken van onweerlegbaar bewijs kan dat ook geleverd worden door een beeld of patroon samen te stellen uit de gevonden puzzelstukken, waarmee met aan (statistische) zekerheid grenzende waarschijnlijkheid de vaderfiguur “Jan (Jan)szoon” aangetoond kan worden.

Dat gezochte patroon is gevonden en gebouwd op twee pijlers:

a. Het aanwijzen van de meest waarschijnlijke “Jan”-kandidaat als vader van de Noordwijkerhoutse stamouders Duijvenvoorden.

b. Het uitbouwen van de relatie tussen de gevonden kandidaat en families in Noordwijkerhout en directe omgeving.

Een kandidaat stamvader Jan (Janszoon) Duijvenvoorden.

De voornaam Jan komt veel voor en dezelfde voornaam met patroniem Janszoon is misschien wel de meest voorkomende combinatie uit onze vaderlandse geschiedenis. Daarmee lijkt het zoeken naar een speld in een hooiberg. Maar door afbakening van mogelijkheden valt veel weg te strepen.

– De naam Jan Janszoon met achternaam Duijvenvoorden is zeldzaam, komt zelfs in de adellijke familie bijna niet voor. De vondst van een document met daarin de volledige naam Jan Janszoon Duijvenvoorden uit welke periode dan ook is daarmee sowieso waardevol.

– Uitsluiting van de achternaam Duijvenvoorden als zoekfactor betekent het meenemen in het onderzoek van alle Jannen met als patroniem Janszoon, Arijsz of Dircksz, de voornamen die we kennen van de eerste generatie Duijvenvoorden. Alle andere patroniemen vallen vooralsnog af, tenzij de bijbehorende Jannen in de periode 1600-1640 geboren zijn.

– Er moet een duidelijke relatie zijn met het dorp Noordwijkerhout of directe omgeving. Of er is een aantoonbare band met families uit dat dorp.

– Het beroep van de gezochte Jan ligt waarschijnlijk in dezelfde sfeer als dat van zijn kinderen. In dit geval moet gedacht worden aan arbeider, boer, schipper, handelaar, schelpenvisser.

– Alle mannen met als naam of bijnaam “de Lapper” zijn interessant, ongeacht hun voornaam.

Zelfs met deze afbakening blijven er veel kandidaten over. Toch is er binnen die groep één man die eruit springt: een Jan Janszoon schulpvoerder uit Leiderdorp die in 1641 met de Noordwijkerhoutse Maritje Hendricksdochter Van Leeuwen trouwt. Hij voldoet aan drie belangrijke criteria. Hij heeft een band met een Noordwijkerhoutse familie. Gezien zijn huwelijksdatum past hij binnen de gezochte geboorteperiode 1600-1640. En zijn beroep van schulpvoerder past naadloos op het beroep dat Arij Janszoon Duijvenvoorden volgens een belastingoverzicht uit 1673 heeft: schulpvoerder.

De band van Jan Janszoon schulpvoerder uit Leiderdorp met Noordwijkerhout.

Het onderzoek naar Jan Janszoon loopt door maar op grote hoofdlijnen kunnen we het volgende over hem vertellen, zij het in beknopte vorm:

– Maritje Hendricksdochter van Leeuwen is rond 1615 geboren in Noordwijkerhout als dochter van bakker/molenaar Hendrick Dammaszoon van Leeuwen en Marijtje Jansdr Alckemade (But).

– Uit zijn huwelijk met Maritje (Maertje) in 1641 dat in Leiden aangetekend wordt en in Noordwijk voltrokken  blijkt dat Jan Janszoon de schulpvoerder gereformeerd is, maar de ouders van Maertje waren katholiek zover we kunnen nagaan. Getuigen bij de aangifte van het huwelijk zijn Jan’s broer Arij en Machtelt Reijersdochter van Buijtevest die in de wijk Gansoorde in Leiden woont. Zij is getuige namens Maritje, is dochter van een Leidse suikerbakker en trouwde met steenbakker Cornelis Nattenoven. Jan wordt “schipper, jongeman van Leijderdorp” genoemd.

Huwelijksaangifte Jan Janszoon de schulpvoerder en Maertje Hendricksdochter van Leeuwen uit Noordwijkerhout April 1641 Leiden

29 april 1641: Jan Janszoon uit Leiderdorp trouwt bakkersdochter Maertje Hendricksdochter.

– In de zomer van 1652 wordt genoemde Machtelt Reijersdochter van Buijtevest eigenaresse van twee kalkovens aan de Lage Rijndijk in Leiderdorp. Die ovens waren eigendom van haar overleden man Cornelis Claesz Nattenoven, die ook de naastgelegen steenbakkerij bezat. Machtelt overlijdt kort daarna en in haar boedelbeschrijving wordt (een) Jan Janszoon genoemd die geld tegoed heeft voor het vervoer van schelpen

1643 “Maertgen Hendricks huijsvrouwe van “Jan Jans kalcvoerder” wordt lidmaat van de gereformeerde kerk van Leiderdorp. Dat is een jaar na haar man Jan. Zij was oorspronkelijk (waarschijnlijk) katholiek.

– Op 30 augustus 1655 wordt in de Leiderdorpse kerk een kind, Pieternelletje, gedoopt. Jan Janszoon kalkvaarder en Maritje “Gerrits”dr (sic) zijn de ouders.

 Tussen het huwelijk in 1641 en deze doop in 1655 zouden logischerwijs meer kinderen geboren kunnen zijn maar daar is niets van terug te vinden. Maritje is bij de geboorte rond de 40 jaar oud.

– In 1662 ruilt Jan Janszoon onroerend goed met een buurvrouw. Uit de beschrijving kan opgemaakt worden dat zijn woning aan de Lage Rijndijk stond, pal naast de steenplaats en kalkovens van de overleden Machtelt Reijersdochter. Buurman van Jan is Thonis Dirckszoon van Borsselen. Zijn vader Dirck woonde op dezelfde locatie volgens het Morgengeld en was getrouwd met Fijtje Steenvoorden uit Noordwijkerhout! Fijtje was een dorpsgenoot van Maritje Hendricksdochter van Leeuwen en bovendien van vergelijkbare leeftijd.

– In 1665 wordt Jan Janszoon genoemd in de nalatenschap van zijn schoonvader Hendrick Dammaszoon van Leeuwen uit Noordwijkerhout. Twee jaar later, is hij partij in de nalatenschap van zijn zwager Jan Hendrickszoon van Leeuwen uit Voorhout. In beide gevallen staat vermeld dat Jan Janszoon schilpvoerder van beroep is en dat hij man en voogd van Maritje Hendricksdochter is. Beiden zijn dat jaar 1665 dus nog in leven.

Na 1667: Komst naar Noordwijkerhout?

Na de documenten rond genoemde twee nalatenschappen vinden we Jan Janszoon de schulpvoerder of kalkvaarder niet meer terug onder die naam. Nieuwe aanwijzingen zouden we moeten kunnen vinden in twee belangrijke bronnen, relatief kort na 1667. Het betreft het overzicht van Weerbare mannen uit 1672 en het Familiegelt Rijnland van het jaar daarop. Die leveren betrouwbare informatie over mannen tussen 16 en 60 jaar die belastingplichtig waren of hun eventuele weduwen. Maar Jan Janszoon wordt als Weerbare man niet vermeld in Noordwijkerhout of Leiderdorp, waar je dit wel zou verwachten, aangezien hij toen rond de 50 jaar oud moet zijn geweest. Als hij reeds overleden was zou zijn weduwe Maertje vermeld staan in het Familiegelt Rijnland van Leiderdorp. Maar zij wordt niet genoemd. Verklaring kan zijn dat zowel Jan als Maertje al overleden waren voor 1672. Andere mogelijkheid is een verhuizing van het echtpaar of één van beiden.

Er is een opvallende vermelding van een Jan Janszoon in het Noordwijkerhoutse Familiegelt 1673. De vermelding past binnen het patroon van gegevens rond de eerste Duijvenvoordens in Noordwijkerhout. Feit is dat in het Familiegelt een Jan Janzoon But genoemd wordt in de volgorde van huizen in Noordwijkerhout die we kunnen koppelen aan de families Van Leeuwen en Duijvenvoorden. De bijnaam “But” werd gebruikt door een tak van de Alckemadefamilie. Jan Huibertszoon Alckemade/But was dorpsbode van Noordwijkerhout. Zijn dochter Maertje is de moeder van Maertje Hendricksdochter van Leeuwen die met schulpvoerder Jan Janszoon trouwde. Maar Jan Huibertszoon Alckemade/But had geen zoon Jan die als Jan Janszoon But door het leven zou zijn gegaan. De vermelding in het Familiegelt Rijnland levert de reële optie dat de vermelde Jan Janszoon But de schulpvoerder uit Leiderdorp is. Hij wordt echter niet als weerbare man genoemd een jaar eerder en zou dus pas kort in het dorp zijn komen wonen. Om die reden zou hij ter onderscheid de bijnaam But van zijn schoonfamilie hebben meegekregen.

Jan Janszoon But en Arij Janszoon Duijvenvoorden worden na elkaar genoemd en kunnen gekoppeld worden aan drie aanwijsbare woningen. Naast het molenaarshuis Zeeburg van de vader van Maertje van Leeuwen betreft dit een huis op het Kerkeduin dat Arij Janszoon Duijvenvoorden in 1675 zal kopen. Het derde huis betreft een woning die in 1684 door Trijntje Jansdochter Duijvenvoorden en haar man wordt verkocht. Jan Janszoon But woonde in één van genoemde drie huizen, meest waarschijnlijk het molenaarshuis. Arij Janszoon woonde in hetzelfde huis of in het huis dat daarna genoemd wordt in de volgorde. Dat is het huis op het Kerkeduin dat hij enkele jaren later zal kopen.

Dat huis op het Kerkeduin wordt door hem gekocht op dezelfde dag waarop het molenaarshuis verkocht werd door Cornelis Hendrickszoon van Leeuwen. Die gelijktijdige verkoop van twee huizen waar we uit het Familiegelt de namen van Jan Janszoon But en Arij Janszoon aan kunnen koppelen lijkt meer dan een stom toeval!

Er zijn twee mogelijke verklaringen voor een verhuizing van Jan Janszoon de schulpvoerder naar Noordwijkerhout. De eerste betreft de bouw van kalkovens aan de Trekvaart nabij De Zilk. Dit was een initiatief van de Hillegommer Akersloot en enkele prominente Haarlemmers. De ovens kwamen rond 1665 in productie. Daarmee kwamen er kansen voor schelpenvissers en vervoerders van schelpen, turf en kalk. Jan Janszoon was kalkvaarder of schulpvoerder.

De kalkovens aan de Trekvaart bij De Zilk in de 18e eeuw door Tavenier, toen al een eeuw in productie

En ten tweede is er de nalatenschap van Hendrick Dammaszoon van Leeuwen, de vader van Maritje Hendricksdochter, echtgenote van Jan Janszoon de schulpvoerder. Hendrick overlijdt in 1664 en een jaar later wordt de nalatenschap bij notaris Sonnevelt geregeld. Helaas is er geen boedelinventarisatie en –verdeling beschikbaar want het zou zeer interessant zijn om te weten wat Maritje en Jan Janszoon toebedeeld hadden gekregen. Bakker van Leeuwen had een jaar voor zijn dood zijn molenaarshuis “Zeeburg” nog verkocht aan zijn zoon Cornelis. De verdeling van de erfenis van bakker Hendrick van Leeuwen zou dus wel eens de aanleiding zijn geweest voor de komst van de Duijvenvoordens naar Noordwijkerhout. Eventueel in combinatie met de bouw van de kalkovens in De Zilk.

Jan Jansz schulpvoerder zoals vermeld in de nalatenschapsregeling van zijn schoonvader Hendrik Dammaszoon van Leeuwen.

Jan Janszoon schulpvoerder versus Jan, Trijntje en Arij Janszoon Duijvenvoorden.

Blijft over de vraag hoe schulpvoerder Jan Janszoon gerelateerd is aan Jan Janszoon Duijvenvoorden. Zoals boven beschreven gaan we ervan uit dat de schulpvoerder uit Leiderdorp vader is van Arij en Trijntje Duijvenvoorden omdat bewijs daarvoor te vinden is in een patroon van gegevens rond de familie en hun woonplaatsen. Daarbij doet zich ook de reële mogelijkheid voor dat Jan de schulpvoerder dezelfde man is als de Jan Janszoon Duijvenvoorden die al voor 1676 in Hillegom woonde en getrouwd was met de Noordwijkerhoutse Jaepje Jansdochter “Commer”. Die optie wordt hier vanwege de omvang en complexiteit van het materiaal en de voorbereiding van een genealogische publicatie niet verder uitgewerkt. Volstaan wordt met een schema waarin de band van beide Jan Janszonen met de Noordwijkerhoutse families Van Leeuwen en Coole is uitgewerkt.

Als je bijvoorbeeld uitgaat van het idee dat Jan Janszoon de schulpvoerder na een mogelijk overlijden van Maertje Hendricksdochter tussen 1667 en 1673 naar Noordwijkerhout getrokken is met zijn gezin. Daar zoals gebruikelijk vrij snel hertrouwde met iemand uit zijn kring van bekenden, in dit geval Jaepje Jansdr Commer, dan passen alle puzzelstukken in elkaar. De twee Jan Janszonen zijn dan dezelfde persoon. Maar direct bewijs voor deze insteek is er dus niet.

– In september 1652 wordt Jan Janszoon lidmaat van de gereformeerde kerk in Leiderdorp. Maritje wordt in april van het jaar erop lidmaat. Dit lijkt te bevestigen dat het echtpaar voor dat jaar nog buiten Leiderdorp woonde en zich in Leiderdorp vestigde vanwege het werk als schulp- en kalkvaarder voor de kalkovens van Machtelt Reijersdochter.

Jan JanszoonRelatie tot:Van Leeuwen /Coole/Commer families
Jan Jansz schulpvoerder Maertje Hendricksdr van Leeuwenzwager van:Pieter Jorisz Coole Adriaentje Hendricksdr van Leeuwen
Jan Jansz schulpvoerder Maertje Hendricksdr van Leeuwenzwager van:Cornelis Hendricksz van Leeuwen (Grietje Hendricksdr van Dam)
   
Jan Jansz Duijvenvoorden Jaepje Jansdr “Commer”zwager van:Cornelis Jorisz Coole Maertje Jansdr “Commer”
Jan Jansz Duijvenvoorden Jaepje Jansdr “Commer”zwager van:Sijmon Jansz Cranendonck/ “Commer” Grietje Jorisdr Coole
Jan Jansz Duijvenvoorden Jaepje Jansdr “Commer” Wonen Hillegom dorpgerelateerd aan:Pieter Jorisz Coole; Pieter is broer van Cornelis Coole en zwager van Maertje Jansdr “Commer”, de zus van Jaepje. Pieter woont Hillegom dorp
Relaties “Jan Janszoon” met familie Coole en Van Leeuwen

Na een eerste publicatie van bovenstaande theorie in het derde stamboomboek Van Duijvenvoorden van Bert Hogervorst in 2013 zijn nog diverse nieuwe vondsten gedaan. Daaronder ook de ouders van Jan Janszoon de schulpvoerder. Hij blijkt een zoon van Jan Pieterszoon uit Leiderdorp die van circa 1581 tot 1640 leefde . Hun vader/zoon relatie staat vast. Mocht het bewijs voor Jan als vader van Arij Janszoon Duijvenvoorden gevonden worden dan wordt Jan Pieterszoon de nieuwe stamvader van de familie Duijvenvoorden.

Alternatieve theorieën blijven in beeld en worden onderzocht. Zo is er een interessante Jan Janszoon Duijvenvoorden die midden 17e eeuw op de Breestraat in Leiden woonde. Dat zou ook nog wel eens Jan Janszoon de schulpvoerder geweest kunnen zijn, dat kunnen we niet uitsluiten. Stamboomonderzoek is voor mensen met een lange adem. En als hardloper kwam ik nooit lucht tekort…. Jan Duivenvoorden/dec 2020.

Wordt vervolgd……

Geef een antwoord