Je bekijkt nu Arij Janszoon Duijvenvoorden, “De Lapper” ca. 1645-1724
1680 Opgave door Arij Janszoon Duijvenvoorden van de samenstelling van zijn gezin.

Arij Janszoon Duijvenvoorden, “De Lapper” ca. 1645-1724

Los van  theorieën over oudere generaties: bij gebrek aan sluitend bewijs houden we Arij Janszoon Duijvenvoorden aan als stamvader van alle mensen met die achternaam, wereldwijd. Hij is geboren rond 1645 en wordt voor het eerst met achternaam en betrouwbaar jaartal genoemd in de lijst van “Weerbare Mannen” van 1672, in de vaderlandse geschiedenis bekend als het Rampjaar. De lijst betreft mannen  tussen 16 en 60 jaar die inzetbaar waren voor de verdediging van het land, dat door Engelsen en Fransen werd aangevallen.

In april van datzelfde jaar vinden we zijn naam ook tweemaal terug als hij borg staat op een boedelveiling voor een Jan Arijszoon. Het gaat hier vrijwel zeker om Jan Arijszoon van Teylingen, aangetrouwd oom van Arij. En Dirck van Teylingen, broer van deze Jan, woonde niet ver van de veilinglocatie!

Het vroegste document met betrouwbare datum: april 1672, boedelveiling aan de Schulpweg/Duijndam te Noordwijk. Arij Janszoon “van Duvenvoorde” staat borg voor de aankoop van bed, matras, kussens en dekens door Jan Arijszoon van Teijlingen, oom van zijn vrouw Marijtje.

Op deze veiling doet Arij een vergeefs bod op een paar schapen met lammeren. Bij zijn bod staat dat hij uit Noordwijkerhout komt, prima bewijs dat hij reeds in april 1672 in dit dorp woonde, maar waarschijnlijk al eerder want Arij wordt genoemd in een document met december 1671 als relevante datum. Dit document geeft aan dat Arij gebruiker is van een perceel land van ruim 2 morgen (2 hectare). Dit land ligt in het gebied ten noorden van “Duijndam” (Schulpweg) aan de Noordwijkse kant van de “Crayelaan” (Kraaierslaan). Overigens hetzelfde gebied waar eerder genoemde boedelveiling werd gehouden. Arij pacht dit land van Pieter Stalpaert van de Wiele, de man die hem later een hypotheek op zijn aangekocht huis zal verstrekken.

Naast de datum december 1671 is er nog een tweede document dat hetzelfde jaar koppelt aan de familie Duijvenvoorden. Bij onderzoek naar de oudste voorouders zijn dergelijke kleine vermeldingen zeer waardevol. In haar zogenaamde Morgenboeken hield het Hoogheemraadschap Rijnland bij wie eigenaar en gebruiker was van percelen landbouwgrond. Men noemde daarbij eerst de oudst bekende eigenaar en gebruiker en daarna de eigenaar en gebruiker in het jaar van registratie.

Pacht van een perceel van 706 Rijnlandse Roe nabij boerderij Erffoort aan de Herenweg door Dirck Janszoon Duijvenvoorden en Pieter Corneliszoon Duijndam vanaf 28 mei 1671.

De vermelding in het Morgenboek luidt:

Dirkgen Engelbregts weduwe eijgenaer, dat in erfpacht. Huijbert Engebrechts gebruiker, groot 1 morgen 1 hond 6 roeden

Nu eijgenaar ende bruijcker d’heer Agent van der Heijde, nu bruijckers Pieter Cornelisz (Duijndam) ende Dirck Jansz Duijvenvoorde

Dirck Janszoon Duijvenvoorden die hier samen met Pieter Corneliszoon als pachter gekoppeld wordt aan een perceel land in de Hoogeveensche Polder van Noordwijkerhout is mogelijk een onjuiste vermelding. De schrijver zou Arij Janszoon Duijvenvoorden voor ogen gehad hebben, want Arij komt in combinatie met zijn buurman Pieter Corneliszoon Duijndam voor in latere Morgenboeken bij percelen van dezelfde eigenaar. Ook dan samen met Pieter Corneliszoon Duijndam, zijn buurman. We kunnen hoe dan ook opnieuw 1671 noteren als jaartal waarin de Duijvenvoordens actief waren in Noordwijkerhout.

Bovenstaande vermeldingen zijn de vroegste die we kennen uit de archieven. Er volgen nog tientallen documenten waarin Arij Janszoon genoemd wordt, maar voor het jaar 1671 komen we hem nergens tegen. In een document uit 1673 komen we iets over het beroep van Arij te weten; hij wordt genoemd als schulpvoerder in het “Familiegeld Rijnland”, een registratie van inwoners die in aanmerking komen voor extra belasting. Dit om de lege kas van de staat na het Rampjaar 1672 sneller aan te vullen. Lege staatskassen zijn er dus altijd geweest….!

De vermelding bevestigt dat Arij Janszoon als zelfstandig belastingplichtige werd gezien en een “huwelijksrijpe” leeftijd had bereikt. De datum en plaats van zijn huwelijk met Maertje Ariensdochter Gardijn zijn onbekend maar rekenend met de geboortegegevens van zijn kinderen ligt die datum voor 1674. Het oudste kind is eind juni 1680 nog geen negen jaar oud. Dat leiden we af uit een officiële opgave die Arij Janszoon dat jaar moet doen over de samenstelling van zijn gezin. Hij tekent voor zijn opgave zes kinderen onder de 8 jaar te hebben.

Arij’s echtgenote Maertje is dochter van het echtpaar Arij Gardijn en Annetje van Teylingen, twee families met een band met de Bollenstreekdorpen maar zelf wonend in de omgeving Wassenaar en Voorschoten. Als voorbeeld van die verbondenheid met de Bollenstreek werken we de familie van Annetje van Teylingen en haar voorouders uit Lisse hieronder uit.

Voorouders Maertje Gardijn uit Lisse, Voorschoten en Wassenaar

Hoewel de meeste trouwlustigen de liefde van hun leven in de eigen dorpsomgeving vonden speelt ook de binding met andere dorpen een rol bij de totstandkoming van huwelijken. De oude families uit de Bollenstreek zijn sterk aan de regio verbonden al vindt er ook wel uitwisseling met dorpen in het Groene Hart plaats. De Zilk is meer noordelijk gericht. In verhouding vestigen weinigen zich in de omliggende steden. Aangezien Arij al in 1671 een inwoner van Noordwijkerhout wordt genoemd mogen we ervan uitgaan dat hij rond die datum getrouwd is, want het lijkt niet zo waarschijnlijk dat hij zonder bruid in het dorp is komen te wonen, tenzij hij met familie meegekomen is.

Arij en Maertje krijgen 7 kinderen, van de laatste drie kennen we de doopdatum, de anderen zijn ingeschat wat volgorde en geboortejaar betreft.

Oude Arij (1673), Annetje (1674), Jan (1675), Sijmon (1677), Gerrit (15-9-1678), Jonge Arij (4-1-1680) en Geertje (3-6-1681). Alleen Geertje is geboren na de opgave van zijn gezin door Arij eind juni 1680. De namen van kinderen werden meestal via ongeschreven regels bepaald. De twee Arij’s, Jan en Annetje verwijzen naar (groot)ouders; van Sijmon, Gerrit en Geertje weten we dat niet.

We leren stamvader Arij Janszoon Duijvenvoorden vooral kennen als “bouwman”. We zouden nu zeggen: boer of liever akkerbouwer of veehouder. Maar hij was volgens opgave van zijn beroep in 1673 schulpvoerder, zoals veel van zijn nazaten. Andere benamingen zijn schilper, schulper of moderner: schelpenvisser. Vast staat dat Arij op latere leeftijd nog over schelpkarren beschikte, want hij verkoopt in 1705 enkele karren uit geldnood. De karren konden gebruikt worden voor het vervoer van de schelpen vanaf het strand naar een tussentijdse opslag alvorens geleverd te worden aan kalkovens in Valkenburg, Katwijk of elders aan de Oude Rijn.

In Noordwijkerhout lag een haventje in Arij’s tijd nabij de hofstede Puikendam aan de westzijde van de huidige Kerkstraat. Per schip konden de schelpen dan via de Schipperssloot en de  Haarlemmer Trekvaart afgevoerd worden naar de Oude Rijn, waar in de Middeleeuwen al kalkovens waren gebouwd. Vele schelpenvissers uit de kustdorpen leverden schelpen.Vanaf circa 1665 tot midden 19e eeuw was in De Zilk/Hillegom aan de Trekvaart een kalkoven in productie.

Noordwijkerhout 1673
Beroepen
Aantal
(67)

Beroepen

Aantal
Bouwmannen40Arbeider2
Houtcramer2Duinmeijer2
Vlasser6Bakker/Molenaer1
Konijncoper2Timmerman2
Schipper3Schilpvoerder 1
Herbergier1Wagemaker1
Schoenmaker2Onbekend2
Arij Janszoon was de enige schelpenvisser in het jaar 1673

De werkwijze van schelpenvissers waarbij op gunstige dagen zoveel mogelijk schelpen van strand werden gehaald om tijdelijk opgeslagen te worden zo dicht mogelijk bij dat strand doet vermoeden dat het eerste gepachte perceel land van Arij Janszoon aan de Kraaierslaan mogelijk gebruikt is voor de opslag van zijn schelpen. Arij zal in de jaren na 1672 gestaag investeren in pacht en aankoop van percelen land. In 1675 koopt hij voor 250 gulden een huisje met erf en 537 roe land. De verkopers zijn de kinderen van de “innocente” (demente) Claes Janszoon Mager die ook wel Gorter genoemd werd. Zou Arij een boerderij gekocht hebben dan zouden de termen bouwmanswoning of hofstede gebruikt zijn. Maar het is een bescheiden woning, die rond 1580 werd gebouwd. De koopakte vermeldt: “geheel omgeven door de Graaffelijkheid”, daarmee op gronden van het landsbestuur. De term verwijst naar de Graven van Holland, al lag hun regeerperiode ver terug. Maar wel een omschrijving die erop wijst dat het huis in het duin stond en in dit geval ook aangeeft dat Arij Janszoon geen directe buren had, want in dit soort documenten werden steevast belendende percelen en hun eigenaren vermeld. In feite is de koopakte het enige in twee eeuwen tijd waarin een locatie in Noordwijkerhout beschreven wordt zonder belendende percelen/buren. Toch zijn er bronnen die aangeven dat Arij niet ver van de dorpskern woonde, ten “noordwesten van het dorp”, in het Kerkeduin van Noordwijkerhout. Daarom eerst een speurtocht naar dit huis.

Na de dood van Arij Janszoon op 7 december 1724 gaat het huis met een stuk grond van circa vijf hectare over op zijn oudste zoon Jan. Deze sterft echter 6 jaar later, in 1730. Arij de Oude, Gerrit en Annetje worden dan eigenaar, maar na het overlijden van Annetje besluiten de broers tot verkoop. De grond wordt al snel verkocht, het huis staat korte tijd leeg. Reyer de Vos wordt uiteindelijk de nieuwe eigenaar. Over dezelfde periode meldt het Noordwijkse archief ons dat de kinderen van Arij Duijvenvoorden een klein huisje hebben gebouwd op het stuk grond onder het zeeduin dat zij van hun vader toebedeeld hebben gekregen uit de erfenis van hun overleden moeder. Hieruit kunnen we afleiden dat de kinderen Arij, Geertje en Annetje tot op respectabele leeftijd (50+) in het ouderlijk huis zijn blijven wonen.

Uit latere dorpsgegevens blijkt dat het huisje uitgeschreven is uit de lijst met onroerende goederen; de reden is dat de familie De Vos het bezit “geabandonneerd” heeft. Concreet betekent dit dat men afstand deed van het eigendom, meestal niet uit luxe. Vaak vluchtte men weg, alles in de steek latend. Huizen en land werden dan bij opbod verkocht door het dorpsbestuur. Het bezit van Reyer de Vos blijkt overgedragen te zijn aan de eigenaar van het Kerkeduin, die het stuk grond verhuurt. Over het huis wordt helaas niets meer gemeld. Als over de betaling van erfpacht dat nog op nog dit land gevestigd is een conflict ontstaat, wordt dit bij de burgerrechters uitgevochten, al gaat het om een luttel bedrag. Maar gelukkig weten we hierdoor dat het door Reyer de Vos verlaten perceel in het dorp bekend stond onder de naam het Lappennest. De naam wordt in de documenten gebruikt om de locatie aan te duiden, zoals die binnen het dorp bekend was.

Het Duinhuis op het Lappennest NW van het dorpscentrum. Fotoarchief Peter van den Burg, met dank!

Het stuk duin/akker het Lappen(n)est en de relatie met de familie Duijvenvoorden wordt als volgt omschreven: (Tekst uit het Nationaal Archief): 

….voorts (is dit erfpachtland) ook nog (gebruikt) bij zeekere Arij Janszoon, Jan Arijszoon en Gerrit Arijszoon Duijvenvoorden, meest bekend met de toenaam van Lap,

…waarna het erfhuurland  tegenwoordig en vanouds genaamd werd ’t Lappennest…

De naam Het Lappennest heeft de eeuwen overleefd en wordt nog altijd gebruikt, nu voor een bungalowpark aan de Duinweg in Noordwijk. Niet de oorspronkelijke locatie maar wel toepasselijk want dit is het gebied vlak onder het zeeduin waar de tweede generatie Duijvenvoorden woonde en werkte. Jan Arijszoon Duijvenvoorden was eigenaar van een perceel land waarop een bungalowpark gevestigd is. De oudste generaties Duijvenvoorden leven via deze naam dus nog altijd voort in de Bollenstreek!

Het Lappennest gelegen op het Kerkeduin van Noordwijkerhout bestond uit partijtjes in cultuur gebrachte duingrond die met elkaar een kleine hectare groot waren, hetgeen grofweg aansluit bij de grootte van het perceel dat Arij Janszoon Duijvenvoorden in 1675 aankocht. De naam komt eind 19e eeuw nog altijd voor, twee honderd jaar nadat Arij Janszoon het stuk grond kocht.

In 1802 verhuurt de nieuwe eigenaar van het Kerkeduin het Lappenest aan Pieter de Kan

Terug naar Arij Janszoon. In de verschillende archieven vinden we vanaf 1672 Arij’s naam terug als huurder of pachter van stukken weiland of geestland. We mogen hier uit opmaken dat Arij naast zijn inkomsten als schulpvoerder inkomen had als bouwman. De aankoop van een tweetal paarden voor 108 gulden op een paardenveiling van Jan Janszoon Duijvenvoorden past bij beide beroepsactiviteiten (1683). Het waren niet de duurste viervoeters op de veiling; paarden en koeien waren in die tijd immers flinke investeringen en peperduur in vergelijking met grond of huizen.

De aankoop van landerijen komen we pas na 1690 tegen. Twee jaar daarvoor is er nog wel een opmerkelijk feitje te noteren. Op een veiling in een Leidse herberg van ruim 13 morgen (12 hectare) land in Noordwijkerhout, voortkomend uit de boedel van de Heer Van Matenesse is een Arij Janszoon “D” de hoogste bieder met een bod van 1350 gulden. Maar de koop gaat uiteindelijk naar Leendert Leendertszoon Duijndam, die bij afslag van de koop 100 gulden meer zal betalen. Beide mannen kenden elkaar goed, want zij deden zaken samen. Mogelijk dat Arij met zijn bod een gunstige “opsteekprijs” probeerde neer te zetten voor Leendert die belang had bij de koop, want hij was al jarenlang pachter van ditzelfde land. Dat Arij zelf een dergelijk grote aankoop zou kunnen doen lijkt ook niet te passen bij de voorzichtige stappen die hij later op het vlak van onroerend goed zal zetten. Leendert Duijndam bouwde op zijn aangekochte grond boerderij De Kokmeeuw.

Vanaf 1691 komen we Arij’s naam tegen als koper van kleine of grotere partijen land, van 50 Rijnlandse Roe in 1691 tot 3400 Roe in 1696 (een Roe = 14 m2). Opgeteld komen we tot ca. 20 morgen of 17 hectare land, een deel gekocht samen met zoon Arij de Oude. Het aangekochte land van Arij Janszoon ligt binnen de ambachten Noordwijkerhout en Noordwijk, grotendeels ten zuiden of westen van het eerste dorp, hoewel er ook enkele partijen oostelijk in de Hoogeveensche Polder worden gekocht. Het landbezit van Arij Janszoon is karakteristiek voor zijn tijd; het bevat grote percelen geest- of teelland die voor een lage prijs worden gekocht. Goed weiland was schaars en vanouds in bezit van kapitaalkrachtige buitenstaanders of boerenfamilies die al langer in de omgeving gevestigd waren. Het geestland of teelland bestond uit minder vruchtbare duingrond, weinig geschikt om er gewassen op te verbouwen of er beesten te laten grazen. De verkoopprijzen voor dit soort land zijn dan ook navenant, voor enkele hectaren geestland betaalden de bouwmannen soms net zoveel geld als voor één goede koe of paard!

In onderstaande tabel de aankopen van onroerend goed door Arij Janszoon Duijvenvoorden die in archieven gevonden zijn zijn (1 hectare is 10.000 m2):

Naast de aankoop van land zien we Arij ook in de rol van koper van gewas van anderen. Zo koopt hij in 1682 het gewas aan dat geteeld wordt op een 2,5 hectare groot perceel land in de Lageveensche Polder in Lisse, oostelijk van de Haarlemmer Trekvaart en daarmee op flinke afstand van zijn woning op het Kerkeduin van Noordwijkerhout. In diezelfde Lissese polder pachtte Arij rond 1705 ook de “Keutelvenen”, een perceel grond van de familie Van Sijpesteijn. De moderne mens zal het niet erg efficiënt vinden dat Arij zijn gehuurde of aangekochte land niet rondom zijn huis of boerderijtje had maar wijd verspreid over de omliggende polders. Maar de aankoop van gewassen en de verspreide ligging van zijn landerijen bevestigen dat de familie “nieuw” was in het dorp en voorouders geen aaneengesloten landbezit op hadden gebouwd. Opvallend is dat Arij meerdere stukken land aankoopt met één van zijn zonen, die ook met elkaar aankopen doen. Op Gerrit na, die op zijn 37e trouwt, zijn de andere vier zonen uit het eerste huwelijk van Arij vrijgezel gebleven. De samenwerking tussen de vrijgezellen blijkt uit meerdere bronnen, die tevens bevestigen dat de kinderen van Arij Janszoon het niet breed hadden. De financiële ondersteuning van vader Arij was welkom en duidt op een hechte familieband.

Kaart met alle landerijen, akkers en woningen van Arij Janszoon Duijvenvoorden en zijn kinderen. Wat opvalt is de enorme spreiding over de omgeving. Het gezin greep de pacht/koopkansen die zich aandienden aan waar dat naar kon.

In dezelfde periode waarin Arij onroerend goed aankoopt zijn ook de kinderen bezig met het opbouwen van onroerend goed bezit. De kaart laat zien waar de eerste generaties Duijvenvoorden woning of landerijen hadden. De kinderen van Arij Janszoon vestigen zich vooral aan duin, rondom de Duindamse Slag.

Arij Janszoon Duijvenvoorden staat meerdere malen borg bij financiële transacties van de kinderen uit zijn eerste huwelijk, zoals bij de aankoop van een in Warmond gebouwd schip voor zijn zoon Simon in 1699. Na de dood van zijn eerste vrouw, Maertje Ariensdochter Gardijn is Arij verplicht zijn zeven kinderen een deel van de erfenis toe te kennen. Hij doet dit in 1705 door op papier vier hectare land over te dragen. Het land wordt eigendom van vijf van zijn kinderen, waaruit valt af te leiden dat het aandeel van de andere twee, Gerrit en Simon, op andere wijze is geregeld. Mogelijk heeft Simon geld gekregen voor de aankoop van zijn schip en Gerrit voor de aankoop van een boerderij in 1703.

1713: Arij “de Lapper” aandeel in het “schouwen” (onderhoud) van zijn deel van de Woensdagse Wetering in het Langeveld; betreft het perceel van ruim 4 morgen of drie hectare ten noorden van de Duindamse Weg.

Dat Arij Janszoon Duijvenvoorden een hechte band had met zijn kinderen is terug te vinden in kleine gebeurtenissen zoals boedelveilingen. Het snuffelen in de boedel van een ander zal zeker een verzetje geweest zijn en men vond er nuttige zaken. In 1710 wordt een boedelveiling gehouden bij Cornelis Colijn, pachtboer op boerderij Puijckenduin en daarmee buurman van Arij’s kinderen die aan het duin woonden. Arij Janszoon  is er met vier zonen: Oude Arij, Jonge Arij, Gerrit en Jan. Alle vier vrijgezel en rond de dertig! De beesten worden als eerste verkocht. Arij heeft zijn oog laten vallen op het “koebeest” van de eerste koop maar hij grijpt ernaast, boer Groenendijck is hem voor, hij pakt de eerste vier koeien in één koop. Pas bij de elfde koop kan Arij zijn slag slaan, voor 36 gulden wordt hij eigenaar. Pieter Oostdam en zoon Arij staan borg voor hem. Even later kan Arij Janszoon nog een kalf kopen, voor nog geen 3 gulden. Dit rekent hij wel contant af. Na de beesten volgt het materiaal. Ploegen, messen, ladders, een gierbak en een koewagen. Alles wat je op een boerderij tegen kan komen. Gerrit heeft zijn oog laten vallen op een rattenval, voor een gulden is hij spekkoper. En Jan scoort een paar paardenbitten, voor weinig. De laatste koop is een kaasvat, jonge Arij staat nog met lege handen en kan zich niet bedwingen…….

Arij’s tweede huwelijk in 1702 met de Noordwijkerhoutse Marijtje (Maertje) Paulusdochter van ’s-Gravenmade (Schrama) is geen lang leven beschoren. Zij is bijna 50 jaar oud en sterft binnen enkele jaren, met haar heeft Arij dan ook geen kinderen. Marijtje was eerder weduwe van Claes Corneliszoon Vrijer. Zij woonde met hem in het Langeveld op een boerderijtje op het huidige Houtland. Claes Vrijer werd geboren aan de Zilker Binnenweg. Zijn moeder woonde als weduwe op hoge leeftijd nog enige tijd als buurvrouw van Jan Janszoon Duijvenvoorden in Hillegom. Zij wordt als eigenaar van een belendend perceel genoemd in de aankoopakte van Jan Janszoons huis.

Marijtje had enkele kinderen uit haar eerste huwelijk. De voogdij over deze kinderen wordt na haar dood netjes geregeld door Arij Janszoon. Eén van deze kinderen, Gerrit Claeszoon Vrijer wordt in 1723 duinmeier (beheerder/pachter) van het Kerkeduin van Noordwijkerhout, het duin waarin het huis van Arij Janszoon stond en dat ook na diens dood nog enkele jaren in de familie is gebleven.

Kort na de dood van Marijtje Paulusdochter op 23 januari 1705 houdt Arij een gedwongen veiling van vee en landbouwmateriaal. Hij is krap bij kas geraakt, mogelijk door de financiële afwikkeling van het moederlijk erfdeel van zijn kinderen uit zijn eerste huwelijk met Maertje Gardijn. Ook heeft hij mogelijk zijn zonen Gerrit en jonge Arij geld geleend voor aankoop van boerderij de Witte Raaf in 1703. Schuldeiser Andries Van Sypesteyn is eigenaar van de Keutelvenen in de Lage Veense polder, door Arij van hem gepacht. Van Sypesteyn laat zich vertegenwoordigen door een tussenpersoon; omdat hij zelf naar Mechelen is gevlucht na het plegen van een moord op Halfweg Lisse. (zie correctie) Hij wordt door het gerecht achtervolgd en zijn goederen in beslag genomen.

JF Correctie juni 2021: uit nader onderzoek naar de moord op Halfweg blijkt dat deze pas in december 1705 plaatsvond, daarmee 10 maanden na de gedwongen verkoop van Arij Janszoons goederen. Arij zat dus gewoon te krap bij kas.

Arij Janszoon moet het volgende afdragen:

3 melkkoeien, 4 vaarsen en 4 kalverenEen houten en ijzeren eg
3 paardenEen ploeg en verder bouwgereedschap
2 schelpkarren 
1 wagen met onbeslagen wielen, 1 met beslagEen bed met toebehoren
Hooi uit 2 bargen (hooiberg) + hooi voor paarden5 tinnen schotels
14 zakken rogge80 kaasjes
Een partij gedorste en ongedorste haverWat meubelen
tabel overdracht goederen aan Sijpesteijn

Al met al een forse aanslag op het welzijn van het gezin. Maar binnen enkele jaren gaat het Arij financieel beter, want in 1708 en 1709 koopt hij samen met zoon Arij (de Oude) vier morgen weiland,  Duinschooten genaamd, liggend op de grens van Noordwijk en Noordwijkerhout. Daarnaast wordt de twee morgen van het weiland De Horn aan de iets noordelijker gelegen Cluijslaan gekocht en tenslotte nog twee morgen weiland nabij de Robijnslaan in Noordwijkerhout. In totaal 8 morgen of 7 hectare land, gekocht van Cornelis Colterman, oud-burgemeester van Haarlem.

Arij moet circa 60 jaar oud geweest zijn als hij een derde keer trouwt, met Baafje Wassenaar. Zij is een dochter van Pieter Cornelis Wassenaar en Marijtje Jansdochter ‘s-Gravendijck, een echtpaar dat een huis had in de dorpskern, eerst aan de Schippersvaart en later in de huidige Zeestraat; Arij zal Baafje dus goed gekend hebben. Het huwelijk wordt overigens pas enkele weken voor de geboorte van het tweede kind gesloten! Het echtpaar krijgt uiteindelijk drie kinderen: Maartje (1706), Jan (1707) en Pieter (1709). Hun moeder Baafje is bij de geboorte van haar derde kind waarschijnlijk al dik in de veertig! Alle tien kinderen van Arij zijn dan nog in leven en ongetrouwd gebleven. Alleen Gerrit en jonge Arij zijn het huis uit. Het moet dan ook een hele drukte geweest zijn in het huis op het Lappennest. Met grote leeftijdsverschillen want oudste en jongste telg schelen circa 35 jaar!

Een groot gezin, maar toch zijn alleen Jan uit het derde huwelijk en Gerrit uit het eerste de enige zonen van Arij die de achternaam (Van) Duijvenvoorden doorgegeven hebben.

De pastoor noteert het overlijden van Arij Jansse op 7 december 1724.

Kort voor zijn dood in december 1724 verkoopt Arij het weiland De Horn bij de Cluyslaan in het Langeveld. Uit zijn nalatenschap blijkt dat hij naast het huisje bij de dorpskern eigenaar is gebleven van ruim anderhalve hectare weiland nabij de Robijnslaan en meerdere stukken “geestland” samen circa 6 hectare groot, ten zuiden van het dorp. In sommige documenten waarin Arij Janszoon wordt genoemd staat zijn handtekening, een persoonlijk teken van deze voorouder. De handtekeningen zijn duidelijk en eenvormig maar de naam wordt wisselend gespeld; schrijven was voor hem geen gewoonte. Naar mate hij ouder wordt toont zijn handschrift onzeker, het wordt kriebeliger.

De kinderen uit het derde huwelijk van Arij Janszoon Duijvenvoorden met Baafje Pietersdochter Wassenaar waren een stuk jonger dan hun halfbroers en –zusters, zo’n 25 jaar! Een vergelijkbaar verschil in leeftijd was er mogelijk tussen de twee ouders, Arij en Baafje. Het echtpaar trouwde officieel pas drie weken voor de geboorte van hun tweede kind. We kunnen slechts gissen naar het waarom! De kinderen Maertje, Jan en Pieter zijn nog niet volwassen als hun vader Arij overlijdt in 1724. De steun van hun moeder Baafje Wassenaar houden zij veel langer, zij overlijdt in 1745 en wordt “pro deo” begraven zoals het bij de meeste Noordwijkerhouters het geval was. Maar het gebeurt onder de bijnaam van haar man als de weduwe “Baafje Lap(per)”, al vergist de schrijver zich nog even in de voornaam van haar man Arij Jans en verwart hem met haar zoon Gerrit. Kniesoor die er op let….

Geef een antwoord