Je bekijkt nu Gerrit Arijszoon Duijvenvoorden 1678 – 1756
Boerderij van Gerrit Duijvenvoorden, later bekend als de Witte Raaf, foto uit 1928 Rijksdienst Cultureel Erfgoed

Gerrit Arijszoon Duijvenvoorden 1678 – 1756

Een hecht gezin

Alvorens in te gaan op voorouder Gerrit Arijszoon Duijvenvoorden eerst een korte beschrijving van het gezin waar hij uit voortkomt, de tweede generatie Duijvenvoorden. De broers en zusters van Gerrit: Arij de Oude, Arij de Jonge, Jan, Sijmon, Annetje en Geertje. Halfbroers en halfzuster: Jan, Pieter en Maertje.

Uit de drie huwelijken van Arij Janszoon Duijvenvoorden zijn 10 kinderen voortgekomen, die allemaal de volwassen leeftijd hebben bereikt. Dat was voor die tijd best bijzonder want de kindersterfte was groot. Een flink gezin dus maar de omvang van de familie en de twee grote familietakken die wij nu kennen worden alleen gevormd door nakomelingen van Gerrit Arijszoon uit het eerste huwelijk en van Jan Arijszoon  uit het derde huwelijk. Uit de beschikbare documenten komt het beeld naar voren van een hechte familieband tussen Arij Janszoon en zijn kinderen.

Tien volwassen kinderen uit drie huwelijken die hun vader ook allemaal hebben overleefd. Dat zal bij volgende generaties wel anders zijn. Niet alleen zorgde Arij Janszoon tijdens zijn leven goed voor zijn kinderen, ook die kinderen konden blijkbaar goed met elkaar overweg en woonden samen in een huis of dicht bij elkaar.

Jonge Arij Arijszoon en Oude Jan Arijszoon

Gerrit en Arij (Jonge), maar net volwassen, kopen in 1703 een mooie boerderij op de hoek van de Duindamse weg in Noordwijk (De Witte Raaf). Vlak voor het huwelijk van Gerrit in 1715 splitsen zij dit bezit op. Gerrit behoudt de boerderij, Arij krijgt het grootste deel van het bijbehorende land en kan één van de twee schuren blijven gebruiken. Op zijn land zal hij een huisje bouwen, want dit wordt vermeld bij de latere verkoop van dit land. Het is nog altijd een raadsel waar dit huisje precies stond, in ieder geval dicht bij de boerderij van zijn broer Gerrit. Arij pacht ook land bij waaronder onder andere 120 Rijnlands Roe uit een smal perceel van 300 RR precies op de hoek van de Schulpweg en Randweg.

Verkoop van het huis van Jonge Arij Arijszoon Duijvenvoorden, broer van Gerrit.

Jonge Arij pachtte uit het getekende smalle perceel 120 van de 300 RR op de hoek van de Randweg. De Witte Raaf links stond lang bekend als de “woning van Guido Van Meetkerke”, eind 16e eeuw was hij eigenaar. Uit de abdijkaarten van Leeuwenhorst, die dit perceel onder Noordwijkerhout vermelden, terwijl het formeel onder Noordwijk viel.

De broers kopen en pachten in de jaren na de aankoop van de boerderij nog andere stukken land, maar gezien de grootte van de boerderij en de goede relatie binnen het gezin van Arij Janszoon is het niet ondenkbaar dat de boerderij ook door vader Arij werd gebruikt.

Met Gerrit en jonge Arij die op de voor ons als de Witte Raaf bekende boerderij werkten woonden hemelsbreed maar een twee kilometer van hun ouders op het Duinhuis ten westen van de Noordwijkerhoutse dorpskern. Veel bos stond er niet in die tijd dus mogelijk konden zij elkaars woning zelfs zien. Na 1730 wonen ook broer oude Arij, en de zussen Annetje en Geertje aan de Duindamse Slag. En nog iets later komt ook jonge Jan Arijszoon daar wonen met zijn vrouw Marijtje, een dochter van Pieter Bos die tegenover de Witte Raaf woonden bij de Duindamse slag.

Oude Jan Arijszoon bleef zijn hele leven bij zijn ouders wonen op het Kerkeduin, hij wordt na de dood van zijn vader eigenaar van het huis maar blijft dat maar zes jaar want hij overlijdt in 1730. Oude Jan had een hectare weiland aan de Kraaierslaan en werkte daar op steenworp afstand van zijn broers op de Witte Raaf.

Hoe de 2e generatie Duijvenvoorden naast elkaar werkte komt mooi naar voren uit een belastingoverzicht uit 1723, Archief Noordwijk. Grootgrondbezitters aan de Duindamse Slag kunnen we hen niet noemen. Gerrit komt in totaal op 8 morgen (7 hectare), Arij en Jan worden vermeld met 2 en 1 morgen.

Sijmon Arijszoon Duijvenvoorden

Van Sijmon Arijszoon Duijvenvoorden weten we alleen dat hij schipper was en turf leverde aan klanten. Sijmon koopt in 1699 in Warmond een schip, waarbij vader Arij garant staat voor de betaling. De levering van turf kennen we uit enkele vorderingen die Sijmon had op inwoners van Noordwijkerhout. In vergelijking met zijn broers heeft schipper Sijmon een duidelijk ander beroep en mogelijk is dit een verwijzing naar het beroep van schipper of schulpvoerder dat door oudere generaties van zijn familie werd uitgeoefend. De afvoer van schelpen naar de kalkbranderijen langs de Oude Rijn en het retour nemen van turf uit het Groene Hart lijkt wat dat betreft een efficiënt logistiek plaatje. Sijmon is begraven in Noordwijkerhout en is vrijgezel gebleven.

1733. Schuld van de familie Bijlevelt bij turfschipper Sijmon Duijvenvoorden

1733: overzicht van de schuld van de familie Bijlevelt aan Sijmon Arijszoon Duijvenvoorden voor de levering van turf tussen 1724 en 1732. Sijmon kreeg blijkbaar jarenlang niet betaald, leverde in die periode in totaal 311 ton turf (80-100 m3) voor 9 stuivers per ton. Hij had daarmee nog 140 gulden te verhalen op de inmiddels failliete familie Bijlevelt, die aan “Piet Gijs” woonden.

Geertje, Annetje en oude Arij

Geertje, Annetje en Arij (de oude) bouwen rond 1730 op het stuk land dat zij eerder van hun vader toebedeeld kregen een huisje. Na de dood van Annetje in 1732 en Arij de Oude in 1735 neemt Geertje hun aandelen in het huis over en zal hier tot haar dood in 1760 blijven wonen: zij had een buitenechtelijk kind, Jaepje dat tot haar dood in 1757 bij haar moeder is blijven wonen. Geertjes land en huisje liggen op enkele honderden meters ten noorden van de boerderij van Gerrit, vlak naast de boerderij van de familie Bos, aan de Duindamse Slag.

De boerderij van Geertje, Annetje en Oude Arij gezien vanaf de Duindamse Slag.

Zie voor Geertje ook het verhaal “de boerderij van Geertje” elders op de website.

Pieter van den Berg

Bijzonder gegeven is dat naast de Duivenvoordens iets zuidelijker de familie Van den Berg woonde, voorouders aan moederszijde van de beschrijver van deze stamboom. De families Duivenvoorden en Van den Berg zijn in meerdere generaties met elkaar verweven geraakt. Niet ongebruikelijk in een klein dorp, maar bijzonder is dat de twee families zo lang zo dicht bij elkaar woonden.

Pieter Thielmanszoon van den Berg vestigde zich midden 17e eeuw op boerderij “Kijkduin”, enkele honderden meters ten zuiden van de “Witte Raaf” en ook aan het duin gelegen. Beide boerderijen droegen overigens in die tijd nog niet die namen waaronder wij ze kennen. Na Pieter Thielmanszoon volgde zijn zoon Pieter, kleinzoon Gerrit en achterkleinzoon Pieter Gerritszoon als bewoners van Kijkduin.

Kinderen Arij Janszoon uit zijn derde huwelijk

De kinderen uit het derde huwelijk van Arij Janszoon Duijvenvoorden met Baafje Pietersdochter Wassenaar waren een stuk jonger dan hun halfbroers en –zusters, gemiddeld zo’n 25 jaar leeftijdsverschil!

Een vergelijkbaar verschil was er mogelijk tussen hun ouders, Arij en Baafje. Het echtpaar trouwde officieel pas drie weken voor de geboorte van hun tweede kind. We kunnen slechts gissen naar het waarom! De kinderen Maertje, Jan en Pieter zijn nog niet volwassen als hun vader Arij overlijdt in 1724. De steun van hun moeder Baafje Wassenaar houden zij veel langer, zij overlijdt in 1745 en wordt begraven onder de bijnaam van haar man als “Baafje Lap(per)”.

Over Jonge Jan Arijszoon Duijvenvoorden wiens zoon Arij naar Katwijk trekt en daar aan de basis staat van een grote familietak Van Duijvenvoorde wordt te zijner tijd op deze website apart aandacht besteed.

Van Maertje Arijsdochter en Pieter Arijszoon uit dit derde huwelijk weten we helaas niet veel. Als hun halfbroer Arij de Jonge in 1748 overlijdt maakt zijn nalatenschapsakte melding van het feit dat Maertje in het Armenhuis van Noordwijkerhout zou wonen. Maertje Arijsdochter Duijvenvoorden is alleen nog in een doopvermelding gevonden, als getuige. Meer weten we niet van haar. Met betrekking tot Pieter wordt gesteld dat hij op dat moment in het buitenland verblijft. Was hij soldaat, 1748 was een oorlogsjaar? Twee wat extreme situaties die mogelijk verband houden met de dood van hun moeder drie jaar eerder. Van de halfbroers en –zusters zijn dan alleen Gerrit en Geertje nog in leven, maar beiden zijn al rond de 70 en zullen weinig ondersteuning geboden hebben. Jammer dat we niet meer weten over deze volle broer en zuster van Jan Arijszoon (Jonge Jan), de stamhouder van de Katwijkse tak Van Duijvenvoorde.

Gerrit Arijszoon Duijvenvoorden

De geboorte van Gerrit Arijszoon in september 1678 is de eerste vermelding van een geboorte binnen de familie Duivenvoorden in een officieel register. Na hem volgden Arij (de Jonge) en Geertje uit het eerste huwelijk van Arij Janszoon met Maertje Gardijn. Het betreft vermeldingen in een katholiek doopboek van het buurdorp Noordwijk, omdat vader Arij als katholiek niet in het eigen dorp kon “kerken”. Na de grote kerkhervorming kreeg het nog altijd overwegend katholieke Noordwijkerhout pas rond 1690 weer een eigen pastoor. De kinderen Jan, Arij (de oude), Symon en Annetje zijn voor 1678 geboren, al weten we niet zeker in welke volgorde dit was. Alle kinderen van Arij Janszoon vielen kerkelijk binnen de parochie van Noordwijkerhout en zijn ook allemaal in dat dorp begraven, ook al woonden een deel van hen formeel in Noordwijk.

Net als zijn vader Arij Janszoon wordt Gerrit bouwman en schelpenvisser. Een belangrijke stap in zijn leven is de aankoop van een boerderij die op de hoek van “Duijndam” staat, grondgebied van de gemeente Noordwijk. Gerrit is dan nog geen 25 jaar oud. Uit de omschrijving valt af te leiden dat het gaat om de boerderij die later de naam De Witte Raaf krijgt, nu de naam van het bekende hotel op dezelfde locatie aan de Duinweg. De boerderij dateert uit de 16e eeuw, de bijbehorende 1900 roe land (bijna 3 hectare) is eeuwen eerder in cultuur gebracht. Oorspronkelijk hoorde er meer land bij deze flinke bouwmanswoning, maar het bezit is via erfenissen en veilingen versplinterd geraakt. De koop wordt in 1703 afgesloten op een prijs van 1800 gulden. Verkoper is Jeroen Bartholomeeszoon van Alckemade. En heel bijzonder: Gerrit koopt de boerderij samen met zijn broer Arij (de Jonge), beiden zijn nog vrijgezel. Ondanks de geringe hoeveelheid land die rond de boerderij ligt is de keuze voor deze locatie logisch gezien eerdere aankoop en pacht van land door vader Arij Janszoon in dit gebied onder duin dat De Nes en/of Het Langeveld wordt genoemd.

De eeuwenoude boerderij De Witte Raaf, foto van de opkamer aan de noordzijde Rijksdienst Cultureel Erfgoed

Gerrit breidt een jaar na de aankoop van de boerderij zijn bezit uit met ruim 3 hectare land, ten noorden van de boerderij aan de duinkant. (Meer dan een eeuw later zal Job Duivenvoorden (1787-1860) ditzelfde stuk land aankopen). Nog diezelfde maand volgt de aankoop van 1,5 hectare land in de Hoogeveensche Polder, samen met broer Arij. Voor de investeringen wordt later dat jaar een hypotheek afgesloten van 300 gulden. Geld wordt in die tijd geleend van particulieren, meestal vermogende stedelingen.

Twaalf jaar later, in 1715, is het aankomende huwelijk van Gerrit met Anna Uijttenhoven  reden om boerderij en land te splitsen bij de notaris. Anna is dochter van Bancras Uijttenhoven en daarmee telg uit een Noordwijkse familie van bakkers en vissers.

1715 huwelijksakte Gerrit en Annetje

Huwelijksakte uit 1715: Gerrit en Annetje trouwden vlak voor Gerrits 37e verjaardag, het huwelijk werd eerst drie weken afgeroepen in de kerk en op het plakbord van het ambacht Noordwijk.

De splitsingsakte van de boerderij uit 1715 wordt door de broers Gerrit en Arij ondertekend met hun “merck”, een kruisje, zij konden dus niet schrijven. Gerrit behoudt de boerderij en 800 roe land, Arij (de Jonge) krijgt ruim 1100 roe land, vangt nog 30 gulden van zijn broer en behoudt het recht om “de beste van de twee schuren” te blijven gebruiken. Arij zal op een perceel land dicht bij de boerderij een huisje bouwen.

Verpondingsbelasting Noordwijk 1740. Gerrit Arijsz Duijvenvoorden Zeven kolommen cijfers met daarbij in kolom 4: type land (a of b). Kolom 5 tm 7; guldens, stuivers en penningen.       Archief Noordwijk.

Uit de jaarlijkse betalingen van belasting op het bezit van boerderij en land blijkt dat Gerrit van Duijvenvoorden lange tijd tot de kleine bouwmannen gerekend moet worden. In 1723 kwam hij tot een bescheiden 8 morgen of 7 hectare aan weiland en akkers nabij zijn boerderij. Dat veranderde rond de tijd dat zijn oudste zonen als werkkracht inzetbaar worden. Uit belastingregisters blijkt dat Gerrit in 1735 zelfs wordt aangeslagen voor het gebruik van meer dan 31 morgen (of 27 hectare) land, een respectabele grootte. In het overzicht hierboven uit 1740 is dat nog altijd zo’n 23 morgen. Al betekent dit niet dat hij van al dit land eigenaar is. Het huren of pachten van land was in die tijd de normaalste zaak van de wereld. Maar de conclusie blijft hetzelfde: op latere leeftijd “boerde” Gerrit niet slecht.

Naast inkomsten uit hun boerenbedrijf werd  door Gerrit en Annetje geld verdiend met de schelpenvisserij. Dit gold overigens ook voor broers en zusters van Gerrit. Zijn vrijgezelle zus Geertje wordt in documenten vermeld als schelpenvisster. Van Gerrit weten we zeker dat hij zijn schelpen leverde aan één van de kalkbranderijen van de familie Lelijveld, eigenaren van vele kalkovens langs de Oude Rijn. In bewaard gebleven archief van deze familie vinden we Gerrit terug. Zijn leveringen worden verrekend met de rente die hij moest betalen op een lening bij Lelijveld. De kalkbrander verstrekte leningen aan zijn schelpenvissers voor aankoop van onroerend goed maar ook voor de aanschaf van paarden en wagens. Een slim businessmodel dat de familie Lelijveld rijk maakte. Rijkdom die zij gebruikte om de overname in 1753 van Gerrits boerderij te financieren, net als vele landerijen en andere boerderijen in Noordwijkerhout. Zij kochten bijvoorbeeld ook boerderij Sasbergen aan de Ruigenhoek en de dicht daarbij gelegen schelpenvisserswoning op het perceel land waarop later de geitenboerderij in het Langeveld gebouwd werd.

Kasboek Lelijveld met doorgehaald hypotheeklening.

Detail uit het kasboek van de kalkbranders Lelijveld. In 1736 verstrekten zij een hypotheek van 775 gulden aan Gerrit met een weiland als onderpand. De 4 % rente per jaar(31 gulden) werd verrekend met geleverde schelpen, die bijgehouden werden in Gerrits schulpboekje. Lelijveld tekent in 1753 aan dat de boerderij van Gerrit aan hem is verkocht met verrekening van de schuldbrieven van de lening die Gerrit bij Lelijveld had.

Financiële cijfers of onroerend goed bezit zeggen misschien iets over welvaart van voorouders maar niet over hun persoonlijk geluk. Een belangrijke indicatie daarvoor kan gevonden worden in de geboorte- en overlijdensdatums van hun kinderen. Gerrit die weliswaar op late leeftijd trouwde kreeg met Annetje Uijttenhoven toch liefst 13 kinderen. Maar voor zijn eigen dood in 1756 maakte hij met Annetje binnen 11 jaar  maar liefst zeven keer de trieste gang naar het kerkhof bij de Witte Kerk om een kind te begraven.

De 13 kinderen van Gerrit en Annetje Duijvenvoorden-Uijttenhoven.

Dirk *84 jaarLeendert19 jaar
Arie *66 jaarKniertje8 jaar
Leentje *58 jaarEyda (1)< 2 jaar
Gerrit (2) *55 jaarGerrit (1)19 maanden
Trijntje *53 jaarCornelis (2)19 dagen
Eyda (2)*52 jaarCornelis (1)9 dagen
Maartje24 jaar  

Met het *-teken de kinderen die nog leefden bij Gerrits dood in 1756.

De eerder genoemde verdeling in 1715 van de boerderij en het land tussen Gerrit en Arij getuigt van een goede verstandhouding tussen de broers. Diezelfde goede samenwerking komt ook terug bij andere aankopen van roerend en onroerend goed waar de broers Jan, Arij (de Oude), Gerrit en Arij (de Jonge) in wisselende combinaties bij betrokken zijn. Soms ook met vader Arij Janszoon. Vader en zonen staan regelmatig borg voor elkaar, zoals treffend is terug te vinden bij aankoop van “eetgroen” tijdens een veiling in 1704 in het Rechthuis, tegenover de Witte Kerk in Noordwijkerhout. Wie zelf onvoldoende akkerland of weiland bezat kon via aankoop van “eetgroen” de voorraad voor zijn beesten aanvullen. Bij de veiling worden vijf partijen door de Duijvenvoordens aangekocht, waarbij de borgstelling door een wisselend familielid wordt ingevuld. Omdat er nogal wat landeigenaren waren die hun gewassen zelf niet gebruikten of als erfpachteigenaar alleen rechten in de opbrengst konden claimen, was het veilen van gewasopbrengsten een jaarlijks terugkerende gewoonte.

1704 veiling van groenvoer (gras, hooi) in het Rechthuis van Noordwijkerhout.

Winkels waren schaars in zijn tijd en dat was misschien de reden waarom we de naam van Gerrit Duijvenvoorde meerdere malen tegenkomen in verslagen van boedelveilingen. In maart 1732 loopt Gerrit zelfs twee opeenvolgende dagen rond op de boedelveiling van de erven Jacob Croon, grote bouwman uit de Cley ten zuiden van Noordwijk. Gerrit koopt melkemmers, roeden, ijzer, verschillende partijen “lindegoed” en spek. En hij denkt aan zijn vrouw Anna want ook zilveren gespen en gouden haakjes worden aangekocht.

In 1748 sterft Arij (de Jonge), broer en buurman van Gerrit Duijvenvoorden. Waar de meeste Noordwijkerhouters te arm waren om de begrafeniskosten te dragen en “pro deo” begraven werden, wordt Arij voor 6 gulden ten grave gedragen. Eigenlijk voor drie gulden, maar omdat hij “jongman” (vrijgezel) gebleven is betalen de erfgenamen dubbel tarief!

In datzelfde jaar 1748 wonen 70-jarige Gerrit en zijn vrouw Anna nog steeds op hun boerderij of bouwmanswoning in De Nes. Uit het Noordwijkse “Verpondingenregister” van dat jaar blijkt dat de bejaarde man naast de boerderij nog belastingplichtig is voor 4 “morgen” land in het nabij gelegen gebied tussen Schulpweg (=de Duyndamse weg) en Langevelderweg. Zus Geertje woont ook in ditzelfde gebied en wordt beschreven als “schilpster”. Halfbroer Jan, de arme schelpenvisser, moet het met zijn jonge gezin redden met slechts één paard, waar Gerrit op hoge leeftijd nog in het “rijke” bezit is van 4 koeien, 2 vaarsen en 1 paard. Net als bij andere belastingvormen geldt de omvang van het gezin en het bezit als uitgangspunt voor deze bijzondere heffing in 1748, tijd van oproer en oorlog! En werden de melkmeid en boerenknecht voor het gemak meegerekend als vermogensindicatie…..

Vijf jaar later, in 1753 verkoopt Gerrit zijn boerderij aan kalkbrander Lelijveld aan wie hij nog altijd een deel van zijn hypotheek niet terugbetaald had, zie het kasboek van Lelijveld elders in dit verhaal. Gerrit is dan 75 jaar oud. Vergeleken met de prijs die Gerrit zelf heeft moet betalen vijftig jaar eerder leveren boerderij en land behoorlijk minder geld op. De markt voor agrarisch onroerend goed stortte in de 18e eeuw geheel in met bodemprijzen tot gevolg. Getuige een ander overzicht uit het kasboek van de kalkbrander heeft Gerrit in de laatste jaren dat hij op de Witte Raaf nog schelpen geleverd aan de kalkovens van (waarschijnlijk) Valkenburg of Katwijk. Lelijveld verrekent de huur die Gerrit moet betalen voor een perceel land at Lelijveld in 1743 had aangekocht met de geleverde schelpen. De leveringen werden aangetekend in een “schulpboekje”, van de opbrengst trok de kalkbrander 70 gulden per jaar aan huur af, in de periode 1746 tot 1754.

Uit het kasboek van kalkbrander Lelijveld. Gerrit Arijszoon betaalt de huur van een perceel weiland met de levering van schelpen, opgetekend in het “Schulpboekje”.
Gerrit Arijszoon Duijvenvoorden verhuist in 1753 met Anna naar het dorp Noordwijkerhout waar hij drie jaar later overlijdt. Van de kinderen van stamvader Arij Janszoon Duijvenvoorden lijkt Gerrit materieel gezien het meest geslaagd te zijn in het leven al staat daar flink wat persoonlijk leed tegenover.

Geef een antwoord