Je bekijkt nu Gerard Duivenvoorden Heeremenis 1910 – 1975
Strenge winter 1963, februari. Gerard Duivenvoorden Heeremenis op het strand van Zandvoort

Gerard Duivenvoorden Heeremenis 1910 – 1975

Mensen en feiten.

In de afgelopen 12 jaar heb ik veel materiaal kunnen vinden over mijn familie- en dorpsgeschiedenis. De rijke archieven van ons land leveren echter vooral aanwijzingen en maar weinig onweerlegbare feiten. Er is ruimte voor interpretatie. Het is daarmee verleidelijk om eigen waarheden te formuleren en ventileren. Dat laatste gebeurt tegenwoordig volop. Interpretaties worden stellingen, die als feiten worden gebracht. Het leidt zelfs tot excuses voor gebeurtenissen uit het verleden alsof de eindbalans opgemaakt kan worden en het resultaat af te schrijven valt. Het prachtige Nederlandse woord “duiden” heeft voor velen geen bestaansrecht meer als het gaat om de betekenis van het verleden te kunnen begrijpen

Een verhaal schrijven over mensen die je niet bij leven gekend hebt is veel eenvoudiger dan het verwoorden van levenservaring die je met anderen hebt gedeeld. Emoties, een stem die je kan horen, een gezicht dat je kan zien. Het maakt feiten zo anders. De 16 jaar die ik met mijn vader mocht delen maken het moeilijk om over hem zonder kleur of warmte te schrijven zoals dat bij oudere voorouders of dorpsgeschiedenis het geval was en ook niet anders kon. Het feit is niet langer een koud of kaal gegeven uit een document of plaatje maar een gedeelde levenservaring. Het onderstaande stamboomverhaal moet door dat filter gelezen worden.   JD.

Gerard Duivenvoorden Heeremenis 1910  – 1975

Geboren op 28 februari 1910 was Gerard het achtste kind binnen het gezin van Jan Jacobszoon Duivenvoorden en Neeltje Vaneman. Na hem volgde als laatste zus Aaltje. Van zijn jeugd weten we alleen wat hij er zelf over verteld heeft. Zo beweerde hij dat hij maar een paar jaar lagere school had doorlopen en dat zijn vader op een gegeven moment vond dat hij wel genoeg had geleerd. Nu klinkt dat heel plausibel voor een 19e eeuwse situatie maar niet voor iemand die als 7-jarige onder de leerplichtwet uit 1918 viel. Je moest wel naar school en ouders die hun kinderen thuis hielden konden beboet worden.

Klassenfoto’s uit het jaar 1917-1918 die bij Novato te vinden zijn laten een mooi beeld zien van de omslag die de leerplichtwet veroorzaakte. De lagere groepen puilen uit van de leerlingen met een juf die er zichtbaar vermoeid uitziet. Daar tegenover bestaan de hoogste groepen uit een overzichtelijk aantal brave kinderen die hun schoolcarrière jaren eerder begonnen waren, in de periode zonder leerplicht, toen nog veel kinderen thuis gehouden werden door hun ouders. Groep 8 telt maar 12 kinderen, in groep 2 zijn dat er 45! Door de schoolfoto is er in ieder geval bewijs dat vader Gerard wel degelijk als manneke van 7 jaar in de klas van juffrouw De Jong werd ingewijd in de wereld van cijfers en letters.

1917 2e klas , 2e van links middelste rij Gerard Duivenvoorden, zie ook insteek linksboven. Gerestaureerde foto Novato

In Gerards jeugd maakte Noordwijkerhout een bloeiperiode door in economisch opzicht. Weliswaar speelde op de achtergrond de Eerste Wereldoorlog een rol maar de komst van een psychiatrisch ziekenhuis gaf een impuls aan de welvaartsontwikkeling. De bollensector die in opkomst was kreeg een dip door het wegvallen van het buitenland als afzetmarkt maar de aantrekkelijke prijzen voor groenten gedurende de oorlogsjaren vergoedden veel. Nabij station Piet Gijs groeide de bedrijvigheid met de komst van een groenteveiling, inmakerij en karton- en timmerfabriek.

Het vliegtuig en de auto werden langzamerhand een alledaags verschijnsel. Maar in het bedrijf van Jan Duivenvoorden Heeremenis werd in die periode nog gebruikt van de edele viervoeter met een platte kar of bakwagen. De paarden stonden zomers in weiland achter de firma Uijttenbogaard aan de Robijnslaan. De dieren kenden de route zo goed dat er wel eens eentje uitbrak ’s-nachts en naar de stal aan de Havenstraat liep.

1920: links Piet, in het midden Jaap, rechts Gerard Duivenvoorden met hun vader Jan

Het lichamelijk werk was van jongsaf een gewone zaak, men zag ook niet anders in het dorp. Mensen die moe waren na een dag een pen vast gehouden te hebben waren er toen niet veel in Noordwijkerhout. Hoeveel jaar Gerardje Duivenvoorden nu precies op school heeft gezeten blijft onduidelijk. De middelbare school heeft hij zeker niet bezocht. Feit is dat hij kon lezen, schrijven en rekenen, zij het alles moeizaam. Zijn letters met grote krullen blijven je voor altijd bij.

In zijn jonge jaren moet hij gedroomd hebben van een voetbalcarrière want er is een foto bewaard gebleven van keeper Duivenvoorden. Met zijn voor die tijd lange gestalte van 1 meter 88 en grote handen voldeed hij waarschijnlijk meer dan voldoende aan de vereisten voor het bewaken van het doel. “Ga jij maar op keep”, zal er wel gezegd zijn door de medespelers. Helaas was de pret van korte duur want zijn voetbalschoenen werden aan de muur gespijkerd door opa Heeremenis. Einde carrière van dit miskend talent.

Keeper Duivenvoorden en zijn team

Wie zijn vrienden waren, we kunnen het helaas niet meer vragen. De foto met gleufhoed en Al Capone uitstraling op de Stationsweg in Leiden doet vermoeden dat hij in zijn jeugd wel meer van de wereld  gezien moet hebben dan het slaperige bollendorp. Een Don Juan schuilde echter niet in hem want hij trouwde pas op zijn 37e! Hoewel er geruchten overgeleverd zijn dat een boerendochter uit het Langeveld “op hem uit was”. Geruchten zijn geen feiten, dus we parkeren die aan de zijlijn.

De Noordwijkerhoutse “maffia” in Leiden; circa 1930, met hoed Gerard Duivenvoorden

In 1929 volgt een oproep voor de militaire dienst. En ook is er bewijs dat hij zich moest melden in Leiden bij het 4e regiment Infanterie. Maar zover bekend heeft hij nooit daadwerkelijk een geweer vast gehouden.

Aan het eind van de jaren twintig en begin jaren dertig schakelden Jan en Gerard Duivenvoorden voor het transport over naar vrachtauto’s. Een rijbewijs was snel gehaald, in ieder geval stukken makkelijker dan tegenwoordig. Er werd van alles vervoerd, ook veel voor de gemeente Noordwijkerhout. Dat ging per inschrijving en daarmee was een dik belegde boterham een utopie want er was veel concurrentie.

Dat oom Willem van der Klugt voor de gemeente als opzichter en werkvoorbereider werkte was zeker geen nadeel, maar het heeft nooit geleid tot bevoordeling al werd dit wel eens gesuggereerd in de gemeenteraad. De achterdocht die werd uitgesproken door een raadslid die bevriend was met een “collega” vrachtrijder werkte op burgemeester Van Iersel als de spreekwoordelijke lap op de stier en in een besloten vergadering nam de burgervader het op voor zowel zijn opzichter als de firma Heeremenis.

De crisis met haar zware gevolgen voor de bollenteelt zijn niet eenvoudig geweest zijn voor het bedrijf van vader en zoon, waarin ook nog menig ander familielid een handje toestak. En langzaam tekende zich ook de Tweede Wereldoorlog af. Een maand voor de inval door de Duitse troepen in mei 1940 verkochten Jan en Neeltje Duivenvoorden de huizen Havenstraat 33 en 35 aan zoon Gerard. Hij nam hiervoor de gehele hypothecaire schuld uit 1922 over waar nauwelijks op was afgelost. Dit besluit van de toen 71 jarige Jan en Neeltje was blijkbaar niet afgestemd met de overige kinderen want het gaf scheve gezichten, zoals dat in elk gezin zou gebeuren. Aan het einde van de oorlog ging ook het bedrijf naar Gerard, al is daar nooit een formele datum voor vastgesteld. Maar beide besluiten waren ingegeven door het feit dat Gerard Duivenvoorden al die jaren alleen voor kost en inwoning had gewerkt.

Dat wordt duidelijk uit de boedelscheiding tussen Jan Heeremenis en zijn kinderen na de dood van zijn vrouw Neeltje in december 1946. De gehele boedel van het echtpaar bestond uit niet meer dan wat roerende goederen in de vorm van meubelen ter waarde van 853 gulden en daarnaast nog wat spaargeld van weduwnaar Jan. De crisis en oorlog hadden er overduidelijk flink ingehakt. De notaris noteert dat het aandeel van de kinderen bestaat uit 9/20e deel en stelt ook vast dat Gerard nog een bedrag van 8385 gulden tegoed heeft van zijn vader wegens verdiend maar niet betaald loon. Dat bedrag wordt verlaagd met 359 gulden, het aandeel dat vader Jan Duivenvoorden zelf heeft in de boedel. Maar het zal duidelijk zijn dat met 31 gulden op zijn spaarrekening de resterende ruim 8000 gulden nooit betaald is door de 77 jarige Jan Heeremenis. Van een kale kip kan je niet plukken, van een kale vader nog minder. Met dit gegeven voor ogen dringt het besef door dat Gerard Duivenvoorden voor zijn huwelijk zo’n 20 jaar letterlijk en figuurlijk voor spek en bonen had gewerkt.

Omdat broers en zusters niet waren gekend in de overdracht van het ouderlijk huis had Gerard hen al jaren eerder toegezegd dat zijn vader tot zijn dood in zou mogen blijven wonen. En dat is uiteindelijk ook gebeurd. Jan Duivenvoorden overleed, zwaar dement, in 1956.

Gedurende de oorlogsjaren was elk werk welkom. De vrachtauto’s werden in beslag genomen door de Duitsers. Voordat zij beslag legden moest Gerard in het begin van de oorlog een periode rond Hardenberg werk verrichten met zijn vrachtauto. Misschien verwachtte hij dat de auto daarmee behouden kon worden, maar dat bleek ijdele hoop.  Het paard maakte zijn comeback bij de firma Heeremenis, zoals overal in Noordwijkerhout.  Zo werd er puin en wegenmateriaal gereden voor de eigen gemeente en in Voorhout werd het huisvuil opgehaald.

Maar ook kwamen er opdrachten vanuit het gemeentehuis voor transport voor de Duitsers. Later in de oorlog kwamen die van de Duitse afdelingen zelf. Het niet voldoen aan opdrachten kon consequenties hebben volgens een bewaard gebleven brief van het gemeentebestuur. Het was kiezen tussen kwaden. Gerard Duivenvoorden kon zoals menig Noordwijkerhouter opgepakt worden voor de Arbeitseinsatz in Duitsland. Daar kon je onderuit komen als je kon aantonen onmisbaar te zijn voor het bedrijf. Die uitzonderingspositie kreeg hij maar weigeren van Duitse opdrachten werd daarmee nog minder eenvoudig.

Rijopdracht van het Ortskommandantur

De ervaring leert dat mensen die de oorlog meegemaakt hebben de ellende uit die jaren liever verzwijgen of zoeken naar de kleine lichtpuntjes, naar humor en mooie momenten die in elke rampperiode nog gevonden kunnen worden. In die zin vertelde vader Gerard Duivenvoorden zijn kinderen over de oorlog. Tussen de Duitse soldaten waren volgens hem flinke verschillen. In het dorp zaten bepaald geen elitetroepen maar in het Langeveld en in het duingebied waar de Atlantikwall werd gebouwd kon je met fanatieke Duitsers te maken krijgen. Een gewoon indentiteitsbewijs voldeed daar niet, er was een “Sonderausweis” nodig. Van de rijopdrachten zijn wat briefjes bewaard gebleven, net als de ausweis met foto. Het album van Gerard Duivenvoorden was niet dik en het geeft een wat vreemd gevoel dat je voor een foto van je vader als jonge man afhankelijk bent van zo’n twijfelachtige bron als een Duits ausweis.

Ausweis

In november 1947 trouwde Gerard met Margaretha/Gré van den Berg. Zij werkte als huishoudelijke hulp bij zijn ouders en Amor sloeg zijn slag ook al scheelden de twee geliefden maar liefst 18 jaar. In het zwaar katholieke Noordwijkerhout leidde zo’n leeftijdsverschil vaak tot roddel en achterklap. Maar dat probleem werd op natuurlijke wijze opgelost doordat hun eerste kind pas twee jaar later, in oktober 1949 werd geboren. Gerard en Gre Duivenvoorden- van den Berg kregen negen kinderen, waarvan er twee bij geboorte of driejarige leeftijd overleden zijn.

Huwelijk november 1947

Het verlies van de kinderen was een zware tol voor het echtpaar dat in hun grote gezin in dezelfde periode te maken kreeg met de dementie van inwonende vader Jan. De oude man, inmiddels een dikke tachtiger, was in zijn laatste jaren onhandelbaar, maar Gerard kon het niet over zijn hart verkrijgen om hem onder te brengen in een geestelijke instelling zoals de Bavo. Uiteindelijk is dat drie dagen voor de dood van Jan Duivenvoorden Heeremenis alsnog gebeurd.

De paarden gingen met pensioen kort na de oorlog en het bedrijf maakte weer gebruik van vrachtauto’s. Op jonge leeftijd kwam neef Jan (Arres) van Gijlswijk in dienst en zou nog tientallen jaren aan de firma verbonden blijven.

Circa 1955: Gerard met vader Jan en neef Arres van Gijlswijk

Opdrachten van het dorpsbestuur waren er niet meer want die richtte hiervoor een eigen gemeentelijke dienst op. Als alternatieve inkomsten werden schelpen gevist en later ook bollen geteeld. De schelpen werden vooral gebruikt voor drainering van bollenvelden maar ook voor de aanleg van sierpaden op bijvoorbeeld kerkhoven. Het vissen van schelpen met beugel en schop is een zwaar beroep en bovendien weers- en windafhankelijk. Na een storm heeft het soms wekenlang geen zin om het strand op te gaan omdat de schelpen onder een dikke laag zand zijn afgedekt. Voor het transport op strand werden oude legerauto’s ingezet. Deze “dumps” waren niet snel maar wel sterk. Naast schelpenvissen wat tot de vrije beroepen behoorde werd er op strand ook wel eens een aardig “plankie of balkie” gevonden. Formeel is jutten illegaal, maar vertel dat maar eens aan een Noordwijkerhouter die op strand en in duin is opgegroeid, het leverde in ieder geval wat extraatjes op.

Met het gejutte hout zijn heel wat duiven- en konijnhokken gebouwd door Gerard. Geen architectonische hoogtepunten maar degelijke en solide konijnenflats en duivenappartementen. Duiven werden vanaf eind jaren veertig gehouden, het was binnen de familie Duivenvoorden een veel beoefende hobby. De postduif is het renpaard van de kleine man, in Noordwijkerhout waren heel wat “melkers”, zelfs op de Bavo hielden twee paviljoenen postduiven en werden wel eens kampioen van het dorp.

1957: paviljoen St. Jan algemeen kampioen . G. Heeremenis 7e.

De successen van Gerards duiven waren nogal wisselend, soms waren zij snel thuis, even vaak waren zij niet vooruit te branden. Eén van zijn successen leidde tot uitnodiging voor een tentoonstelling in Krasnapolsky in het mondaine Amsterdam.

Gerard met zijn geliefde Roodbontje en de “blauwe 53”; in pak, op klompen.

Het houden van tamme konijnen, tot wel 100 dieren, moet voortgekomen uit zijn jeugd en familiekring. Gerard had vijf ooms die jachtopziener waren in de Langevelder duinen of elders in het land. In de week voor Kerst kwam menige Noordwijkerhouter een konijntje kopen. Hoewel hij er een bloedhekel aan had slachtte hij de diertjes als daarom gevraagd werd. En hij leverde de dieren voor de eerste konijnenveilingen van de voetbalvereniging. Die werden geslacht in zijn schuur aan de Havenstraat door een groep Noordwijkerhouters met een verleden als stroper of jachtopziener, tussen die twee functies loopt slechts een vage lijn. Een gezellige reunie voor de heren met menig sterk verhaal over het verleden, want de konijnenstand in de duinen was verdwenen door de ziekte Mixomatose.

Voor de opslag van zijn schelpen kon Gerard Duivenvoorden Heeremenis een perceel gebruiken aan de Herenweg van Kees Koomen en zijn zonen, met wie hij een goede band had en voor wie de firma lange tijd vervoer had verzorgd. Hij huurde van hen ook een paar honderd Rijnlandse Roe bollengrond en teelde daar tulpen en narcissen. Als tulpen rode en gele Apeldoorn, Oxford en Prinses Irene. Daarnaast de narcissensoorten Texas, Harvest, Easter Joy en Gold Medal. De laatste twee waren een gokje,  nieuwe soorten waarmee hij hoopte een leuke boterham te kunnen verdienen. Dat lukte want met name de Gold Medal bracht in de zeventiger jaren tot wel 70 guldencent per bol op. Alleen die Engelse namen, da’s lastig, hoe schrijf je die toch? Easter Joy werd bij Gerard “Istrijoi”.

Eind jaren zestig verhuisde zijn bollenteelt naar een groter perceel aan de Schippertsvaartweg, bij elkaar een ruime hectare groot. Daar is een paar jaar geteeld maar toen het perceel verkocht werd en hij net te laat was om het zelf te kopen kon hij wederom bij de familie Koomen terecht, nu op een stuk grond achter de terreinen van Sancta en Bavo. Met een duivenvlucht won Gerard ooit genoeg geld voor de aankoop van een eigen kookketel voor de narcissen. Ook schafte hij draadbakken aan die voorzien werden van de naam Heeremenis, de bijnaam die voor hem net zo gewoon was als de eigen achternaam.

Draadbak met bijnaam, narcissen koppen “achter de Bavo”, 1972.

De administratie van het transport-, bollen- en schelpenbedrijf verzorgde zijn vrouw Gré, zelf blonk hij daar ook niet in uit met zijn beperkte schrijfkunsten. Het kostte hem moeite en zijn vrouw was meer dan goud waard. Waar hij vaak te goedig was in het zakendoen en vaststellen van prijzen compenseerde Gerard dat door continu actief op zoek te gaan naar extra bronnen van inkomsten, passend bij zijn persoon en mogelijkheden. Eind jaren zestig stapte hij met emmers proefmonster schelpengrit in de auto om in de omgeving van Barneveld de interesse te peilen onder de kippenboeren. Zij gebruikten grit van gemalen en gedroogde schelpen, de “natte” grit van Gerard was een goedkoop alternatief. Via coöperaties werd een kring van vaste afnemers opgebouwd waaraan gedurende vele jaren duizenden tonnen schelpengrit is geleverd. Natte kippengrit wordt gevormd door de golfslag, in specifieke omstandigheden worden ophopingen van grit op het strand gevormd en kunnen zo “geoogst” worden met een vaardige, nauwkeurige hand bij het opscheppen. Om zijn product te promoten werd de vrachtauto opgesierd met een reclamebord op de achterklep met de legendarische tekst: “Tok tok, alweer een ei van Duivenvoordens kippengrit”.

De arme vrachtauto kreunde bij het transport richting Barneveld onder het zware grit, was altijd veel zwaarder geladen dan het tonnage toestond. De kippenboerenwereld moet Gerard herinnerd hebben aan zijn jeugd want in de omgeving van Barneveld leek voor vele bedrijven de wereld lang stil gestaan te hebben. Hij kwam er graag en mocht bij de schuchtere, welhaast schuwe boeren zelfs op de koffie komen, met in dit geval vaak een dik vel gekookte melk drijvend in het kopje.

Het gemak waarmee hij met mensen uit allerlei rangen en standen omging heeft zijn kinderen wel eens verbaasd. Gerard kreeg bij veel mensen van alles voor elkaar, stapte ook makkelijk overal binnen. Zo was er een directeur van een multinational uit de Vogelenzang, een dikke miljonair, die jaar na jaar een vracht schelpen bestelde voor zijn oprijlaan. Bij betaling was zijn fooi net zo groot als de vraagprijs. De indruk bestond dat de man de jaarlijkse bestelling deed omdat hij bij de eerste levering vele genoeglijke uren met Gerard en Arres had doorgebracht in zijn tuinhuis. De schelpendump ging die dag slingerend richting huis….

Duidelijk geposeerde foto, de kenner ziet dat daar geen schelpen liggen….

Op strand waren Gerard en en zijn neef Arres in de jaren zestig en zeventig de laatste der Mohikanen. Schelpenvissers waren een bijzonder verschijnsel geworden. Het leidde tot menige vraag en gesprek, waaronder met bekende Nederlanders. Gerard sprak onder andere met Toon Hermans die in Zandvoort woonde. En vertelde trots dat hij even met Fighting Mack had gespard, Europees kampioen boksen. Naast gesprekken is onze schelpenvisser talloze malen op foto vastgelegd. Hij poseerde er maar wat te graag voor.

Rasechte Noordwijkerhouters laten het glas doorgaans niet staan maar Gerard Duivenvoorden dronk zelden alcohol. Toch zijn er vele foto’s van hem met geheven glas bewaard gebleven die tijdens de kermis gemaakt zijn. Het verschijnsel dat hele families tijdens de najaarsfeesten bij Van der Geest feest vierden is bijna geheel verdwenen. Ooms en tantes, neven en nichten bij elkaar om de tafel, het glas in de hand. Nog voor de wielerronde van start ging trok Gerard richting Zeestraat om pas tegen de avond terug te keren, als een “godmajoor”. Hij ging “even het dorp in” maar wist nooit te vertellen wie de ronde die dag gewonnen had.

1968 met dochter Nel en vrouw Gré, rechts zijn zus Ant van Denzen-Duivenvoorden.

Daarna een paar uur op de bank liggen om vervolgens met rechte rug met de kinderen naar de kermis te gaan. De gemaakte foto’s zijn van vele opeenvolgende jaren, maar de getoonde plaatjes zijn zo gelijkend dat zij ook op één dag gemaakt hadden kunnen zijn.

1965, Schoolstraat, op weg naar de kermis met de jongste kinderen

Naast het bezit van de woningen Havenstraat 33 en 35 kon in 1969 ook nummer 31 aangekocht worden, waarmee een flink perceel achter die woning toegevoegd kon worden aan de bedrijfsruimte. Hierop werd enkele jaren later een flinke schuur gebouwd. Gerard was in die periode de 60 al gepasseerd en de stap is genomen met in het achterhoofd de toekomst van zijn drie nog jonge zonen met wie hij zo’n 50 jaar verschilde in leeftijd. In 1971 werd zijn eerste kleinkind geboren, Marco. Die naam was een kleine tegenvaller voor de kersverse opa, hij was redelijk naamziek en had gehoopt vernoemd te worden. Hij heeft zijn kleinzoon daarom maar enige tijd Garco genoemd.

1972 Gerard Duivenvoorden met zijn kleinzoon “Garco” (Marco met de G van Gerard…)

Hoewel de rijkdom hem nooit is komen aanwaaien en rode en zwarte cijfers continu slag leverden op zijn banksaldo heeft Gerard Duivenvoorden een mooi bedrijf en bezit opgebouwd, zeker gelet op zijn achtergrond. Hij nam initiatieven, nam risico’s, pakte kansen binnen zijn mogelijkheden, maakte menselijke fouten. Zijn magere lijf in de manchester broek met bretels, de eeuwige klompen, alles paste bij de eerlijke en pretentieloze wijze waarop hij met en voor zijn vrouw Gré en gezin probeerde een goed leven te leiden. Een gouden vader voor zijn kinderen. Hij zag uit naar zijn 65e verjaardag, als begin van een leven met AOW, waarmee hij het rustiger aan zou kunnen gaan doen. Maar hij heeft er nooit van kunnen profiteren. Begin 1975 kreeg hij longbloedingen en werd kanker geconstateerd, gevolg van het vele jaren roken van zijn sigaartjes Willem 2, in de bekende gele doosjes. Op de dag dat hij dan eindelijk 65 werd, werd hij in het ziekenhuis voor het eerst bestraald. Het mocht niet baten. Acht maanden later is hij overleden. Kort voor zijn dood kocht hij nog een nieuwe dumpauto, die in Hattem werd opgehaald door Arres en Aris Koomen. Misschien was dat nog met de hoop dat hij zou herstellen of als signaal dat zijn kleine bedrijf voortgezet moest worden. Daarmee gaf hij zijn vrouw Gré en jonge gezin een zware taak en verantwoordelijkheid mee. Alleen zijn oudste dochter Nel was getrouwd, de andere zes woonden nog thuis. Om je eigen persoonlijkheid te kunnen ontwikkelen is vergelijking met je ouders nodig om jezelf tegen hen te kunnen afzetten, om volwassen te worden. Afstand scheppen om hen als gelijken te leren zien. Dat was door zijn vroege dood voor de meeste van zijn kinderen best moeilijk, of zoals zij weleens stellen: “we hebben de puberteit maar overgeslagen”.

Gerard Duivenvoorden Heeremenis overleed op 15 oktober 1975, op de dag af precies 20 jaar na de dood van zijn eerste zoon.

I hear this wooden footsteps

Like the motions of the sea

Sometimes I turn, like he’s somewhere there

Other times it’s only me

Geef een antwoord