Je bekijkt nu “Ouwe Jan Bouwmeester”
Uit de kindergoetakte van Jan Bouwmeester 1714

“Ouwe Jan Bouwmeester”

Misschien denkt u nu: “Hee, oude Jan Bouwmeester, die heb ik nog gekend”. Nou nee, dat is lastig, tenzij u familie bent van Methusalem, want deze ouwe Jan leefde 300 jaar geleden, in Aalten, Gelderland. Hij werd gevonden in de oudste documenten rond de Noordwijkerhoutse familie Bouwmeester die vanaf het jaar 1703 dateren. Met daarin een geboortebewijs van de achternaam. Hoe dat zit? Lees het hieronder.

Voor het samenstellen van het stamboomboek van Bert Hogervorst over de familie Bouwmeester is uitgebreid onderzoek gedaan in het Gelders archief. De oudste voorouders van deze familie woonden immers in Aalten en omgeving. Een belangrijk deel van het onderzoeksmateriaal was digitaal in te zien zodat regelmatig afreizen naar het oosten van het land beperkt kon worden. Niettemin zijn er heel wat uren gestoken in het akte voor akte doornemen van overdrachten van onroerend goed en notariele documenten, want registers of overzichtlijsten ontbreken helaas maar al te vaak.

In het geval van de familie Bouwmeester vormde het huwelijk van twee mensen waarvan de natuurlijke vader onbekend is een enorme hobbel in het onderzoek. Van zowel Lambertus Bouwmeester als zijn echtgenote Charlotta Hes, die zich eind 18e eeuw in Noordwijkerhout vestigden was wel de moeder bekend, maar niet de (natuurlijke) vader. Toch kon in het geval van Lambertus Bouwmeester vastgesteld worden dat hij een nazaat is van Jan Bouwmeester uit Aalten, de eerste van zijn familie die deze achternaam droeg. Veel achternamen verwijzen naar locaties waar mensen woonden, zoals dorpen en steden. In het oosten van het land is dat niet anders, maar daar worden ook nog vaak de naam van woningen of boerderijen gebruikt als achternaam. Dat is voor de familienaam Bouwmeester ook het geval. Er zijn zelfs in Aalten en omgeving meerdere boerderijen met die naam. En zo zien we families met dezelfde achternaam die echter verwijzen naar verschillende boerderijen en om die reden zijn de families dan ook niet verwant.

Het bijzondere van de besproken familienaam Bouwmeester is dat we vrij exact kunnen vaststellen wanneer die ontstaan is. De familie veranderde namelijk tussen 1704 en 1707 van achternaam, heette oorspronkelijk “In ’t Clooster”. Ook dat is een naam die verwijst naar locatie en we weten dat het gaat om een klooster in Barlo, een buurtschap binnen de gemeente Aalten. Jan Bouwmeester was een zoon van Dirk in ’t Clooster. Dat klinkt voor ons vreemd maar in de 17e en 18e eeuw was het zeker in Gelderland niet ongebruikelijk dat de achternaam veranderde.

Huwelijk en geboorten gezin Jan Bouwmeester, tot 1707 wordt Jan nog vermeld met de familienaam In ’t Clooster

Bewijs voor deze verandering vinden we in de huwelijk- en doopgegevens van Jan Bouwmeester/In ‘t Clooster. In 1703 trouwde Jan van ‘t Clooster met Dersken Navis, bij hem wordt aangegeven dat hij een zoon is van Dirk in het Clooster in Barlo, zij komt uit Lintelo. Een jaar later wordt hun eerste kind geboren, vermeld als dochter van Jan en Dersken in ’t Clooster. Maar bij de geboorte van het tweede kind in 1707 heeft Jan de achternaam Boumeijster en wordt vanaf die tijd consequent met die nieuwe naam vermeld. Zijn echtgenote Dersken overlijdt in 1714, het echtpaar heeft dan vier kinderen: Dersken, Jan, Hendersken en Dirk. Dankzij de combinatie van die vier namen en die van hun ouders weten we zeker dat we met Jan in ’t Clooster of Boumeijster de juiste oudste voorvader van de Noordwijkerhoutse Bouwmeesters te pakken hebben.

Die vier kinderen komen we namelijk ook tegen in een ander document, een zogenaamd “Kindergoet”. Om te mogen hertrouwen diende een weduwnaar of weduwe hun aandeel in de erfenis van hun overleden ouder toegewezen te krijgen. Jan Boumeijster laat in 1714 zo’n kindergoetverklaring opstellen met daarin een overzicht van al zijn bezittingen. De aangewezen voogden controleren en tekenen namens de vier kinderen. De inventaris geeft een mooi beeld van de welvaart van een gezin. De originele akte is hieronder opgenomen.

De kindergoetakte van Jan Bouwmeester (Boumeijster)

De tekst van het Kindergoet

In het overschrijven van de tekst is zoveel mogelijk bij het origineel gebleven. In feite komt de inhoud neer op een officiële verklaring van voogden en weduwnaar dat zij naar eer en geweten en volgens de voorschriften tot een boedelscheiding ten behoeve van de vier kinderen zijn gekomen.

“…Verschenen Jan Bouwmeester, weduwnaar van wijlen Dersken Naavis, overgeeft bij deze staat en inventaris van zijn gerede en ongerede goederen, bij het afsterven van zijn voornoemde huisvrouw nagelaten. Voorts exhibeert (vertoont) het maegeschijt (de boedelscheiders) zo de comparants na de overgave en examinatie van deze inventaris aangaande de vier onmondige kinderen, namelijk Jan en Derck, beide zonen en Dersken en Hindersken, beide dochters. Alle vier erfgenamen van zijn voornoemde huisvrouw Dersken Naevis, met (de) twee van deze kinderen naaste bloedmombaeren (voogden), met name Berent Navis en Wessel Maetkamp aangaande deze pupillen haar moederlijk versterf. Na naar dat (nadat) alles nauwkeurig overwogen was, …., verzoekt daarom de comparant (Jan B)dat deze mombaeren haar verders alhier gerechtelijk en zo als het landrecht mag vereisen mogen qualificeren.

(Kwalificatie van de voogden:) Hierop verschenen Berent Navis en Wessel Maatkamp en hebben deze mombaerschap (voogdij) aangenomen onder verband van hun persoon en goederen, ita stipulata est (aldus/zoals hier bepaald is)

Waarop dan gecompareert zijn Berent Navis en Wessel Maetkamp naaste bloedverwanten van voornoemde pupillen, verklarende dat de estimatie (waardeschatting) der goederen bij deze inventaris ervindelijk in het voornoemde maegeschijt (boedelscheiding) de 18e september naastleden tussen haar bloedmombaeren en Jan Bouwmeester opgericht (opgesteld), rijpelijk zijn overwogen alzo dat de comparant bij dit voorschreven maegeschijt haar pupillen voordeel gezocht hebben en haar pupillen voortaan te zullen zoeken bij de….. (onleesbaar) bij deze aan beloven ten welke einde zij haar mombaerschap naar het landrecht willen hebben verburgd (geborgd)en te allen tijde rekening en reliqua voor den tijdelijk heer officier te doen aan beloven van het voorschreven, doende zulk bij deze onder verband van hun goederen de super stipulanda (zoals boven bepaald)

Ita stipulata est (aldus/zoals hier bepaald is)…”

De inventaris van de roerende goederen van Jan Bouwmeester, hij pachtte zijn woning.

De ouders van Jan in ’t Clooster/Boumeijster (plm 1670 geboren) zijn waarschijnlijk Derck in ’t Clooster en een Hendersken waarvan de achternaam niet vaststaat. Door de verandering van achternaam is het onderzoek naar oudere voorouders tot nu toe vastgelopen.

JD07-2021

Geef een antwoord