Je bekijkt nu Leeuwenhorst: een bizarre bruiloft op het Oude Bouwhuis.
Leeuwenhorst, oostzijde

Leeuwenhorst: een bizarre bruiloft op het Oude Bouwhuis.

“De duijvel drinckt de staertgens niet”

In de Dingboeken van Noordwijkerhout kunt u lezen welke rechtszaken in voorgaande eeuwen voorgelegd zijn aan burgerrechters. Helaas is slechts zelden sprake van een helder en gedetailleerd verslag. Wie de namen van verre voorouders kent hoopt op een sappig verhaal als zo’n naam gevonden wordt. Wat spookten Jan, Claes, Gerrit, Maritje of Neeltje uit in voorbije tijden, waren zij een beetje burgerlijk ongehoorzaam of druipt de saaiheid tussen de regels uit het Dingboek weg. Maar helaas, zo u al een voorouder kan ontdekken, in de meeste gevallen valt er geen touw vast te knopen aan de rechtbankverslagen, chaotisch en in kriebelig handschrift opgeschreven. Gelukkig zijn er enkele uitzonderingen. Zo is er een mooi verhaal over een verpest huwelijksfeest op het Oude Bouwhuis, de oudste boerderij op het Leeuwenhorstterrein.

We moeten hiervoor terug naar het jaar 1619, naar 26 november om precies te zijn. Op de boerderij maakt de familie van bruidegom Cornelis Louriszoon Sonnevelt zich op voor zijn huwelijk met zijn onbekende bruid. Onbekend, want baljuw Van Thienen of zijn secretaris is vergeten die naam te vermelden. Maar zonder haar naam wordt dit wel een heel armoedig verhaal. Dus dan eerst maar op zoek naar wie zij zou kunnen zijn geweest. Die zoektocht leidde tot vondsten die dit huwelijksfeest een onverwachte wending geven. Schrijvers van soapseries kunnen er nog wat van leren, worden wellicht wat bleek om de neus bij deze bizarre bruiloft.

Daarom eerst de feiten van baljuw Van Thienen. Hij klaagt begin 1620 Bart Corneliszoon uit Oegstgeest aan, die hij gevangen heeft gezet op het slot Teijlingen. Bart heeft zich volgens de baljuw met “seer quaede saecken onderstaan”. Al een jaar eerder was Bart ongevraagd op de bruiloft van de zoon van Sijmon Claeszoon Colijn uit Rijnsburg verschenen, had zich daar misdragen en met een vork de bruiloftsgasten bedreigd. En een maand voor deze rechtszaak was hij in gezelschap van Jacob Arentszoon van Sevenhoven en Dirck Janszoon uit Rijnsburg naar Leeuwenhorst getrokken, naar het feest van Cornelis Louriszoon Sonnevelt op de 26e november. De baljuw vertelt, in moderne spelling maar dicht bij de originele tekst, over Bart en zijn kornuiten:

“ …komende daar ongenodigd en ongeroepen zijnde waren zij daar gaan zitten tegen wil en dank van de bruidegom, zijn vader (Louris Mathijszoon) en alle aanwezige vrienden, aan dezelfde tafel waar deze met de bruid aan gezeten waren. Daarmede nog niet tevreden zijnde is verdachte Bart Corneliszoon met zijn “complijcen” van de tafel opgestaan, elk met een blote opsteker (getrokken mes) in de hand, daarmee de bruidegom die een tinnen fles in de hand had om te schenken, gewelddadig zonder enige reden ter wereld aan te vallen en hem agressief met de opsteker te steken en te snijden, zodanig dat als de bruidegom zich met de fles niet had beschermd en beschut en achterover gevallen door enige personen verder beschut was, verdachte Bart hem buiten alle twijfel zou hebben gekwetsen en “om de hals gebracht” (gedood). Dit alles in presentie en in de kamer waar de bruid met haar vrinden aan tafel zaten…”

Hierop moesten de bruid en haar vrienden de kamer verlaten van de verdachte waarop de verdachten de sieraden van het versierde tapijt hadden losgetrokken of afgesneden en deze op hun hoed hadden geprikt. Waarna zij zich tegoed deden aan het gebraden vlees op tafel of dat in stukken sneden en op de grond gooiden. Het overgebleven bier uit hun kroezen smeten zij weg en eisten dat de schenkers die weer vol deden, dit alles onder de kreet: “de duivel drinkt de staartjes (restantjes) niet”.

De baljuw vertelt de burgerrechters dat de verdachte het grootste deel van de nacht met een tang in de ene en zijn mes in de andere hand heeft gezeten, een mes dat na zijn arrestatie in zijn mouw werd gevonden. De inmiddels gealarmeerde hulp van de baljuw trof de verdachten aan in dezelfde kamer, zittend op het tapijt met nog altijd de sieraden op hun hoeden. Hij heeft hen “met alle gevouchelijke middelen bejegent, aangesproocken en vermaent” maar de verdachten vallen hem aan. De “subsituut” baljuw vraagt nog wie hen had uitgenodigd waarop Bart wijst naar de moeder van de bruid, die zou ervan geweten hebben. Hij blijft de arm der wet bedreigen met zijn mes waarop deze zijn pistool op de klink van de deur zet om gericht te kunnen schieten maar de verdachten vluchten de kamer uit door uit het venster te springen.

Twee jonge meisjes die voor het feest uitgenodigd waren werden vervolgens door Bart en zijn kornuiten bedreigd met het opensnijden van hun wangen maar dat zou door de verdachte ontkend zijn bij later verhoor. De meisjes worden door de bruiloftsgasten ontzet uit hun benarde positie. De baljuw voegt nog andere bedreigingen aan zijn verhaal toe waaronder de niet zo fraaie actie van Bart en zijn “complijcen” om in de stal een voorraad tarwe en rogge te vernielen en “daerinne te pissen”. Aan de aanklacht voegt de baljuw tenslotte nog toe dat Bart Corneliszoon sinds jaar en dag een huishouden deelde met een ongetrouwd vrouwspersoon bij wie hij ook een kind zou hebben verwekt. Bart zou al langer bekend zijn bij justitie vanwege meerdere zaken.

De aanwezige rechters, vooraanstaande inwoners van de dorpen Noordwijkerhout, Voorhout, Lisse en Hillegom, van elk dorp twee man, zullen bij het aanhoren van al dit geweld wel even hebben moeten zuchten en het aanhoren van de strafeis van baljuw Van Thienen zal ook weinig opluchting gegegen hebben. Die eis liegt er niet om. Bart Corneliszoon moet volgens de baljuw naar een door hem aan te wijzen plaats afgevoerd worden om daar door de scherprechter (beul) geexcuteerd te worden met het zwaard zodat de dood erop volgt, waarna zijn lichaam gebonden moet worden op een rad en het hoofd op een staak. Al zijn wereldlijke goederen dienen in beslag genomen te worden. Ook zijn medeverdachten, Jacob Arentszoon en Dirck Janszoon krijgen deze eis te horen in een aparte zitting.

Verdachte Bart Corneliszoon ontkent alle aantijgingen van de rechter en zijn advocaat eist dat hij dan ook in vrijheid gesteld wordt, ontslagen uit de gevangenis op slot Teijlingen. De burgerrechters kunnen geen directe uitspraak doen, willen eerst enkele rechtsgeleerden over de zaak horen. Maar op 31 december 1719 volgt dan toch een uitspraak: de drie heren worden veroordeeld tot een boete van 30 gulden elk en dienen de kosten van het proces te vergoeden.

Nu is zo’n sterk afwijkend vonnis van de burgerrechters niet ongewoon. In de Dingboeken vinden we daar meer voorbeelden van. En ondanks het voor deze boeken tamelijk uitgebreide verslag lijkt er toch wel meer aan de hand geweest te zijn dan de baljuw heeft verteld. Het ongewone van dit proces zit met name in het vervolg, want na de uitspraak volgt nog een tweede proces en een veroordeling bij verstek van ene Wouter de Engelsman, die voortvluchtig is. Hij zou volgens de baljuw op hetzelfde bruiloftsfeest van Cornelis Louriszoon aanwezig geweest zijn en daar de persoon van Willem Roelofszoon uit het Land van Gulick met een blote opsteker zodanig in zijn schouder gestoken te hebben dat deze Willem aan de verwonding is overleden. De voortvluchtige krijgt in twee termijnen gelegenheid zijn verdediging te voeren maar hij kiest ervoor daar geen gebruik van te maken…. Dee rechtsgang raakt door zijn afwezigheid dan ook op dood spoor.

De baljuw onderneemt enkele maanden later, voorjaar 1620 nog een poging om Bart Corneliszoon veroordeeld te krijgen voor zijn relatie met de ongetrouwde vrouw, die Trijntje Barentsdochter blijkt te heten en eist een boete van 200 gulden. Misschien om iets van zijn eer te redden, want het verschil tussen zijn eis in de strafzaak en de uitspraak van de rechters was wel erg groot.

Een bruiloft die ruw verstoord wordt en waar en passant een vreemde het leven moet laten na messteken. Dat was toch zeker niet de mooiste dag uit het leven van een bruid, wiens naam in dit geval nog altijd niet genoemd is. Maar zoekend op de namen van haar echtgenoot en andere aanwezige komen we erachter wie zij was en dat werpt ook een ander licht op de totale zaak. De Sijmon Claeszoon Colijn die in het begin van het proces terloops genoemd wordt omdat de bruiloft van zijn zoon eerder was verstoord door Bart Corneliszoon blijkt een inwoner van Oegstgeest. In een notarisakte uit september 1620 wordt hij genoemd als schoonvader van “Cornelis Louriszoon van Leeuwenhorst”. Cornelis trouwde op de 26e november 1619 dus een dochter van Sijmon Claeszoon Colijn en dat blijkt Maritje te zijn. De onfortuinelijke bruid heeft nu dus een naam: Maritje Sijmonsdochter Colijn.

Met haar gevonden naam zouden we dit verhaal af kunnen sluiten met: “Cornelis en Maritje, zij leefden nog lang en gelukkig”. Maar nee, dat ligt iets gecompliceerder want op de bizarre bruiloft blijkt zich ook nog een andere bijzondere gebeurtenis afgespeeld te hebben. De broer van de bruid, Claes Sijmonszoon Colijn legt hier geheel separaat van het bovengenoemde proces zelf een verklaring over af bij een notaris. Claes wordt er namelijk van beticht de ongetrouwde Goutje Dircksdochter uit Oegstgeest zwanger te hebben gemaakt. Claes ontkent dat in alle toonaarden maar moet in december 1620 wel toegeven dat hij “een ruijm jaer eerder, te weten op de bruiloft van Cornelis Louriszoon die gehouden was op Ter Lee in Noortwijckerhout met eene Goutgen Dircksdochter, wonend tot Oestgeest in de Voscuijl, die teselven tijde aldaer mede ter bruiloft was, tot verscheijden maelen vleijschelick geconverseert heeft en dat zij haer daertoe seer lichtelick liet bewegen” (over te halen was).

De arme Goutgen ontkent aanvankelijk dat zij zwanger was, haalt bij de geboorte geen vroedvrouw erbij en baart mogelijk mede daardoor een dood kindje. Zelfs het dode kindje probeert zij nog te verbergen als de vrouwvrouw alsnog langskomt, door de buren gewaarschuwd wegens het gekerm van Goutgen. Zij verklaart zoals de wet dat vereist op een vraag van de vroedvrouw dat Claes Sijmonszoon Colijn de vader was van het kindje. Die laats zich dat niet aanwrijven en roept menige getuige op om vooral aan te tonen dat Goutgen een losbandige jongedame was die dit allemaal over zichzelf afgeroepen had.

Kommer en kwel dus voor de familie Colijn en andere betrokkenen. Met als ongewilde slachtoffers bruidegom Cornelis Louriszoon Sonnevelt en Maritje Sijmonsdochter Colijn die zich iets heel anders voorgesteld hadden van de dag van hun leven op het Oude Bouwhuis van Leeuwenhorst dan het geweld van Bart Corneliszoon en zijn kornuiten, de moord door Wouter de Engelsman en een rollenbollende (schoon)broer Claes Sijmonszoon.

Waar gebeurd verhaal dat zo bizar is dat het blijkbaar zelfs de baljuw en secretaris ertoe heeft aangezet hier uitgebreid verslag van te doen, ook al blijven er nog altijd vragen onbeantwoord zoals de aanleiding voor het geweld van Bart Corneliszoon op twee bruiloften van kinderen van Sijmon Claeszoon Colijn. Misschien moeten we dat zoeken in de precaire financiele situatie van Sijmon de jaren voorafgaande aan de bruiloften, want dat blijkt uit andere documenten.

Cornelis en Maritje verhuisden kort na hun rampzalig verlopen huwelijk naar Voorschoten

Geef een antwoord