Aanvulling van de stamboom Heemskerk met de nieuwe stamouders Jan Hugeszoon en Lijsbeth Florisdochter, een achternaam voor Gerrit Aelwijnszoon, de “neef” van schout Willem Willemszoon Heemskerk en nieuwe conclusies rond de eerste echtgenote van deze schout. Publicatie van een “Vlakkie-Heemskerk” stamboom.
“Op de leeftijd dat er meer levensjaren achter mij lagen dan er redelijkerwijs nog in de toekomst verborgen liggen flakkerde mijn belangstelling voor geschiedenis op”. Dit citaat vindt u in het hoofdmenu van deze website onder het kopje “Over mij”. Van die toekomst hebben we inmiddels al weer zo’n achttien jaar af kunnen vinken en in die periode is veel informatie gevonden over voorouders en het dorp Noordwijkerhout. Aanvankelijk werden die samengebracht in verhalen in een weekblad en nu alweer zo’n vijf jaar op deze website. De zoektocht was een boeiend en soms ook frustrerend leerproces want de wereld van stamboomonderzoekers blijkt alsnog voor verrassingen te zorgen voor iemand die dacht in zijn werkzame leven voldoende mensenkennis te hebben opgebouwd. Maar blijkbaar ben je nooit uitgeleerd. Stamboomonderzoek is te vergelijken met puzzelen, bij het leggen van deze puzzel weet je echter nooit hoeveel stukjes je hebt en er is ook geen doos met een afbeelding van het plaatje. Het is dan ook vooral zoeken naar nieuwe puzzelstukjes om daar een plaatje van zien te maken waarvan bij voorbaat vast staat dat het onvolledig zal zijn.
De puzzelstukjes vind je in archieven en ons land kent een grote rijkdom op dit gebied. Die archieven worden meer en meer beschreven en digitaal ontsloten, waardoor je dezelfde informatie kan vinden die collega’s honderd jaar terug zochten, maar dan meer, sneller en effectiever. De digitalisering houdt met de komst van AI onvermijdelijk in dat we misschien binnen tien jaar helemaal niet meer zelf hoeven na te denken bij het zoeken, maar slechts een vraag hoeven in te tikken. Er zijn al enkele “AI-genealogen” actief, die trots hun vondsten publiceren, misschien zonder ooit een archief bezocht te hebben. AI zal ons dommer maken, een ontwikkeling waarvoor onderzoekers van het onderwijs ook al voor waarschuwen nu blijkt dat de jongste generatie kinderen intellectueel slechter scoort dan hun ouders, een trendbreuk in de geschiedenis van de mensheid. Het maakt ook dat menselijke verhoudingen veranderen. AI heeft immers alle antwoorden dus waarom nog onderwijzers, hoogleraren en specialisten als autoriteit accepteren?
Specialisten zullen het tegen AI afleggen en verdwijnen en dat is jammer want dergelijke figuren hebben achttien jaar stamboomonderzoek zowel boeiend als frustrerend gemaakt. Frustrerend omdat er nogal wat zelfbenoemde autoriteitjes rondlopen in de wereld van historici en genealogen. Sommige kunnen respect opbrengen voor de nieuwelingen die zich op hun terrein wagen, bieden hulp en tonen geduld. Maar er zijn ook figuren die zich keizer wanen en anderen maar al te graag voor hun karretje spannen. Het heeft zelfs een naam, zij maken gebruik van de “wisdom of the crowd”. Rondweg irritant zijn de keizertjes die iets pas bewezen achten als zij het gevonden hebben. Sommige “collega’s” maken het heel bont. Zo was er een amateurhistoricus die meende uw schrijver te moeten attenderen op het feit dat publicatie van de stamboom Duivenvoorden beter kon worden uitgevoerd door een Haagse vriend van hem. Echt, hij meldde dit spontaan. Waarom? En dezelfde man “adviseerde” te accepteren dat de geschiedenis van Noordwijkerhout nu eenmaal niet zo interessant is. Geheel in tegenspraak daarmee startte hij kort na de fusie van de twee dorpen een onderzoek naar kasteel de Boekhorst. Deze spaarzame kers op de Noordwijkerhoutse taart smaakte hem blijkbaar wel. En met die cynische conclusie zullen we de ervaringen in het land van genealogen en amateurhistorici maar gauw vergeten.
Hoofdstuk 1. Stamboom Heemskerk, verbetering en aanvulling.
Gelukkig zijn er genoeg mensen die respect opbrengen of mee willen denken en dat levert motivatie om nog even door te gaan. Bij een contact over twee hofstedes met de naam Bergendael in Voorhout (Loosterweg) en Noordwijkerhout (Herenweg) kwam de naam van Jan Vranckenzoon van Alckemade ter sprake en die man kennen we ook uit het verhaal over de oudste voorouders Heemskerk dat een jaar geleden op deze website is geplaatst. Toen hebben we deze Jan in een familieschema gekoppeld aan Cornelie Aelwijnsdochter en daar is uw schrijver de mist in gegaan want de bron herlezend is over het hoofd gezien dat zij geen dochter van Aelwijn Claeszoon was maar van Claes Aelwijnszoon. Foutje, bedankt, Apeldoorn is al gebeld. Claes Aelwijnszoon en zijn familie zijn eerder onderzocht om na te gaan of hij misschien gerelateerd was aan de onbekende eerste echtgenote van schout Willem Willemszoon (Heemskerk) uit Sassenheim die met zijn zoon Cornelis lang is beschouwd als de oudste voorouders van de grote familie Heemskerk in de Bollenstreek. Het foutje dat voor het eerder gepubliceerde verhaal verder weinig gevolgen heeft was echter voldoende reden om opnieuw in de Heemskerkstamboom te klimmen en van het één in het ander rollend leverde dit nieuwe inzichten op. Het toeval hielp ook mee, het leverde een theoretisch nieuwe stamvader Heemskerk.
Genealogisch onderzoek gaat met vallen en opstaan en dit is een mooie gelegenheid om aan de hand van de familie Heemskerk een indruk te geven hoe betrouwbaar gepresenteerde gegevens zijn. Onderzoekers hanteren niet allemaal dezelfde normen. Wie een voorouder pas bewezen acht als een geboorte- en overlijdensdatum is gevonden zal in de meeste gevallen het onderzoek zien stranden in de 17e eeuw en als katholiek zelfs in het laatste deel van die eeuw. Hoe armer de voorouders, hoe kleiner de kans dat je hen terugvindt want testamenten, boedelverdelingen en financiële documenten kenden de armste mensen niet. Adellijke voorouders zijn veel beter terug te vinden en dat geldt ook voor hen die criminelen in de stamboom hebben hangen, omdat sommigen immers zo ook hun leven beëindigden. “Slechte” voorouders maakten een grotere kans in archieven opgenomen te worden dan de brave boer zonder centen.
Zonder een theorie te formuleren kent de wetenschap geen vooruitgang en dat principe kan ook bij stamboomonderzoek toegepast worden. Er is dus niets mis mee om aan de hand van gevonden aanwijzingen potentiële voorouders te benoemen en verder te onderzoeken naar bewijs. Dat principe wordt op deze website gehanteerd. Van een deel van de onderstaande stamboom staat vast dat genoemde namen tot de familie Heemskerk uit de Bollenstreek hoorden, voor de oudste generaties wordt dit met onderbouwde argumenten aangenomen. Een persoon is wel of geen voorouder dus 50 procent betrouwbaarheid of bruikbaarheid heb je altijd en zo is hieronder per gevonden voorouder aangegeven op welk percentage hun plek in de stamboom als betrouwbaar of bruikbaar wordt ingeschat. De schatting is bedoeld om een indruk te geven hoe uw schrijver de eigen gegevens beoordeelt.
Dit gebeurt hier via één tak van de familie Heemskerk die in Noordwijkerhout voortleeft als “de Vlakkies”. De bijnaam verwijst naar het grote gezin van generatie 5 uit de tabel. Jan Heemskerk is geboren op “De Hut” in de Zeestraat maar woonde met zijn gezin van veertien kinderen op een boerderij op Het Vlak, een oude akker in het Noordwijkerhoutse deel van het Langeveld. Cornelia van der Klauw heeft als weduwe daar nog lang gewoond met een jong gezin, van rijkdom was geen sprake. Hun zoon Piet met zijn broers en zusters vormen een inmiddels grote groep “Vlakkies”. De eerste drie generaties, de in leven zijnde nazaten van Piet en Helena van Wetten slaan we om reden van privacy over. In deze stamboom dus pas vanaf generatie vier alle voorouders in vaderlijke lijn die we tot nu toe op deze website aangewezen hebben als leden van deze familie waaronder de niet geheel bewezen personen. Met de inschatting van de betrouw- of bruikbaarheid van hun gegevens door een percentage. Vervolgens wordt beknopt toegelicht waarom het geschatte percentage minder dan 100 % is. Terwijl een lid van de familie als bewezen wordt beschouwd kan hij of zij toch nog een lager percentage hebben gekregen omdat bijvoorbeeld de informatie rond de persoon bijzonder gering is of er slechts één archiefbron gevonden is. Voor een stamboom alleen een naam en een enkele datum noemen is immers niet zo interessant. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld tot Leendert Heemskerk uit deze stamboom, één van de favoriete historische figuren van uw schrijver vanwege zijn ondeugende levenswandel.
| G | Naam Heemskerk | Naam echtgenote | % | Letter | |
| 4 | Petrus Heemskerk (+broers en zusters “Vlakkie”) 1878-1964 | Helena van Wetten 1889-1969 | 100 | ||
| 5 | Johannes Heemskerk 1848-1889 | Cornelia van der Klauw 1848-1933 | 100 | ||
| 6 | Hendrik Heemskerk 1816-1894 | Wilhelmina Warmenhoven 1822-1883 | 100 | ||
| 7 | Leendert Heemskerk 1731-1780 | Maria van Leeuwen 1726-1804 | 100 | ||
| 8 | Cornelis Heemskerk 1703-1743 | Immetje Mooijekint 1702-1778 | 100 | ||
| 9 | Hendrik Heemskerk 1670-1729 | Marijtje Admiraal 1672-voor 1718 | 95 | A | |
| 10 | Huibert Heemskerk Ca 1636-1709 | Agniesje Zeestraten 1645-1708 | 95 | B | |
| 11 | Hendrick Matheusz Heemskerk Ca 1605-1673 | Cornelia van der Zwil Ca 1614-1679 | 95 | C | |
| 12 | Matheus Corszoon Heemskerk Ca 1565-1629 | Wendelmoet Feijntesdochter Ca 1572-1646 | 85 | D | |
| 13 | Cors Corneliszoon Heemskerk Ca 1540-15– | Onbekend | 75 | E | |
| 14 | Cornelis Willemszoon Heemskerk Ca 1508-1577 | Trijntje Willemsdochter | 85 | F | |
| 15 | Willem Willemzoon Heemskerk Ca 1468-1542 | 1. in onderzoek * 2. Meijnsje Aelbertsdr ovl na 1575 | 80 | G | |
| 16 | Willem Floriszoon 1530/40 -1489 | Echtgenote onbekend | 75 | H | |
| 17 | Floris Floriszoon “koster” 2x vader v Willem Floris genoemd | Echtgenote onbekend | 75 | I | |
| 18 | Floris Janszoon “koster” Overleden in 1421 | Echtgenote onbekend; Lijsbeth? Ouders van Floris en Jacob | 75 | J | |
| 19 ** | Jan Hugeszoon | Lijsbeth Florisdochter ovl 1620 Zonen Floris en Claes; Zus is Margriet Florisdochter | 65 | K | |
* De naam van de onbekende eerste echtgenote van Willem Willemszoon Heemskerk was reden om een relatie met de Leidse Aelwijnsfamilie te onderzoeken, hoofdstuk 2.Onder ** de toevoeging van een theoretisch nieuwe oudste voorvader Heemskerk, zie K.
Ad A, B en C. Er is geen twijfel over deze voorouders maar het ontbreken van exacte datums rond hun geboorte en overlijden of de plek waar zij gewoond hebben verlaagt een klein beetje de bruikbaarheid voor het beschrijven van de stamboom.
Ad D. Idem. Hoewel de vader van Matheus Heemskerk wel bewezen is weten we niet waar en wanneer Matheus geboren is en wie zijn moeder is. Zijn echtgenote Wendelmoet is bekend maar ook haar geboortegegevens ontbreken.
Ad E. Cors Corneliszoon Heemskerk kennen we uit slechts één bron, waarin hij zijdelings genoemd wordt maar wel met een duidelijke relatie naar leden van de Heemskerkfamilie. Dat hij de vader is van Matheus is een logische schakel, maar staat in geen enkele bron direct genoemd. Het ontbreken van geboorte- en overlijdensgegevens, de naam van een echtgenote en zijn woonplaats maken dat er weinig bruikbaars over hem te vertellen is als onderdeel van de stamboom. Twijfel over zijn rol als voorouder is er niet. Een tweede bron zou mooi zijn.
Ad F en G. Dankzij hun rol als schout van Sassenheim is er veel informatie over Cornelis Willemszoon Heemskerk en zijn vader Willem te vinden en bij Cornelis voor het eerst ook de achternaam. Gezien het tijdvak is er begrijpelijk wat onzekerheid over geboorte- en overlijdensjaren van deze mensen uit de 16e eeuw. Bij Willem Willemszoon speelt een rol dat zijn eerste echtgenote onbekend is. Tussen zijn oudste en jongste kind zit een periode van circa 35 jaar. Er moet dus een eerste echtgenote geweest zijn en we kunnen ook niet uitsluiten dat Meijnsje Aelbertsdochter niet zijn tweede maar derde echtgenote was. Dit was reden om naar de eerste echtgenote te zoeken, zoals hieronder nog besproken wordt, maar op zichzelf heeft dit geen gevolgen voor het aanwijzen van personen in de stamboom. Pluspunt voor zowel Willem als Cornelis is dat hun kinderen goed te traceren waren hoewel er nog wat vraagtekens open zijn blijven staan, zoals de naam van een dochter van Willem die in Alkmaar woonde. Mogelijk zijn er nog andere onbekend gebleven dochters.
Ad H, I en J. In 2025 zijn Willem Floriszoon, Floris Floriszoon en Floris Janszoon toegevoegd aan de stamboom. Willem Floriszoon was al eerder bekend als potentiële vader van schout Willem Willemszoon. Naast informatie over landpacht in Sassenheim en Lisse uit de Leeuwenhorstarchieven leverden de archieven van het klooster Egmond bruikbare informatie over de rol van deze drie mannen voor de stamboom Heemskerk. Helaas zijn gegevens rond geboorte en overlijden en het bestaan van echtgenotes moeilijker vast te stellen, genoemde datums zijn globale, afgeleide gegevens. Lastig bleek de rol van Floris Floriszoon “koster” in de lijn voorouders, was hij nu wel of niet de vader van Willem Floriszoon of slechts een broer? Floris de koster wordt zonder patroniem vader genoemd van Willem Floriszoon en dat in twee verschillende bronnen. Die betreffen landpacht en Willem neemt hierbij de pacht van zijn vader over. Dat gebeurt nog in het jaar 1475. Floris de koster wordt meerdere malen genoemd in het midden van die eeuw en de vraag is dan of Floris ook dezelfde man kan zijn die we in begin van die eeuw genoemd zien als Floris Janszoon de koster. Maar deze Floris Janszoon heeft medio 1425 al een bewezen volwassen zoon Jacob. Aannemend dat Jacob niet later dan het jaar 1400 geboren is kunnen we zijn vader Floris Janszoon op een geboortejaar voor 1480 inschatten. Dat maakt het ondenkbaar dat dezelfde man bijna 100 jaar later genoemd wordt als pachter van land, waarin Willem Floriszoon hem als “zoon” opvolgt. Een nieuwe vondst geeft deze Floris Janszoon bovendien een nauwkeurig overlijdensjaar mee, 1421. Daarmee staat vast dat de vader van Willem Floriszoon de Floris Floriszoon “koster’ uit de stamboom is.
Ad K. Jan Hugeszoon en Lijsbeth Florisdochter. In een eerder verhaal over de oudste voorouders Heemskerk is Floris Janszoon “koster” als stamvader uit de bus gekomen. Het is al heel wat als voor een stamboom een voorouder uit de vroege vijftiende eeuw aangedragen kan worden. Van Floris Janszoon koster bestond al eerder het vermoeden dat hij tussen 1520 en 1525 is overleden, omdat zijn pachtcontracten van het klooster Leeuwenhorst rond dat laatste jaar eindigden. Zij worden overgenomen door Jacob Floriszoon, een bewezen zoon want hij wordt beschreven als “Jacob Floriszoon de kosterszoon” of als “Floris zijn zoon, Jacob Floriszoon de kosterszoon”. Recent is een document gevonden waarin (een) Floris Janszoon genoemd wordt die in 1421 een perceel land opgedragen krijgt dat een jaar later overgezet wordt op naam van zijn zoon Claes met de aantekening “bij de dood van zijn vader Floris Janszoon”. Tevens wordt aangetekend dat deze Floris Janszoon een moeder had die Lijsbeth Florisdochterdochter heette en getrouwd was met Jan Hugeszoon. Dit is reden om Jan Hugeszoon en Lijsbeth Florisdochter als nieuwe theoretische stamouders aan de stamboom Heemskerk toe te voegen. De aanwijzingen zijn beperkt maar meer dan interessant.
In het gevonden document staan ook nog oudere aanwijzingen of vermeldingen van voorouders. Lijsbeth had een zus Margriet Florisdochter “van der Kerke”. Liggen de toenamen of bijnamen “Van der Kerke en Coster” niet in elkaars verlengde? Het zou zomaar kunnen. En als Lijsbeth en Margriet dochters waren van een vader Floris met het patroniem Willemszoon, dan is hun grootvader de Willem Floriszoon die in dit zelfde document voor het jaar 1319 genoemd wordt als gebruiker van hetzelfde stuk grond. In theorie past de puzzel in elkaar en komen we voor de stamboom Heemskerk dan uit bij een oudste voorvader Willem Floriszoon die nog voor het jaar 1300 geboren is. Maar deze aanname vergt meer bewijs omdat we maar één bron hebben.
Het besproken land van de overleden Floris Janszoon ligt naast dat van Jacob Jan Wouterszoon en zijn zoon Wouter, dat blijkt uit omschrijvingen. Deze vader en zoon komen we ook tegen in een andere bron, de pachtboeken van Leeuwenhorst. Hierin wordt een perceel omschreven als “de helft van 8 hond(erd roe) land gemeen met de kerk van Sassenheim, oostwaarts buiten het dorp”. De omschrijving door de rentmeesters van Leeuwenhorst is gedurende de 16e eeuw niet altijd precies hetzelfde maar uit de opeenvolging van pachters en het jaar waarin hun pacht inging valt met redelijke zekerheid vast te stellen dat het telkens om hetzelfde perceel gaat.
| Pachtperiode | Pachter | Detail (uit bewerking Van Egmond) |
| 1411-1424 * | Floris Janszoon de koster | “Een halve morgen broekland” Opvolger is Jacob Floris de kosters zoon. |
| 1424-1430 * | Jacob Jan Wouterszoon | “vier hond geest, die Floris die coster te gebruiken placht”. Jacob wordt opgevolgd door Jacob Floris de kosters zoon. |
| 1431-1433 * (1431-1433) | Jacob Floris de kosters zoon | “de helft van 8 hond(erd roe) land gemeen met de kerk van Sassenheim, oostwaarts buiten het dorp. Hij is opvolger van zijn vader Floris Janszoon en wordt zelf opgevolgd door Wouter Jacob Jan Wouterszoon |
| 1433-1438 ** | Onbekend | Logischerwijs zou Wouter Jacob Jan Woutersz hier als pachter genoemd worden maar er wordt geen pachter genoemd in de bewerking van dhr. Van Egmond. |
| 1438-1461 | Jan Huigensz van Alckemade | “de helft van 8 hond broekland, de andere helft is van de kerk van Sassenheim” Opvolger is Klaas Hogelands wijf. |
| 1462 | “Klaas Hogelands wijf” | “4 hond land”; opvolger is Pieter vd Boekhorst. |
| 1463-1485 | Pieter van der Boekhorst | “de helft van 8 hond broekland, andere helft is van de kerk van Sassenheim”. |
| 1486-1494 | Jan van der Boekhorst | “4 hond broekland”. |
| 1495-1503 | Gerrit Matheuszoon | “4 hond broekland”. |
| 1504-1533 | Willem Willemszoon Schout | ‘de helft van 8 hond broekland waarvan de wederhelft is van de kerk van Sassenheim”. |
* en ** De omschrijving en opvolging van het perceel is begin 15e eeuw onduidelijk want er zijn pachtbetalingen zonder dat genoteerd wordt voor welk perceel die gedaan zijn. De aangeduide percelen moeten hier in combinatie bekeken worden.
Op het land van Floris Janszoon uit 1421 zou een woning gestaan hebben die in 1319 gekoppeld wordt aan de eerder bovengenoemde Willem Floriszoon, een misschien nog oudere voorvader. Maar we zullen over hem niet verder speculeren. Wel mogen we voorzichtig deze woning koppelen aan het huis van schout Willem Willemszoon (Heemskerk). Hij had een boerenbedrijf op het terrein van de Oude Hofstede in Sassenheim, het latere terrein van het Huis Ter Lee. De pacht van de vier hond broekland lag in de directe omgeving van deze woning, die ten oosten van de dorpskern stond, net zoals de woning uit 1319. Het land achter deze woning grensde aan de poelen in noordelijk Sassenheim. In 1504 pacht Willem Willemszoon hetzelfde Leeuwenhorstperceel van 4 hond broekland dat door Floris Janszoon, Jacob Floriszoon en Wouter Jacobszoon wordt gepacht. Woonde schout Willem op dezelfde locatie en in dezelfde woning die aan Willem Floriszoon in 1319 en Floris Janszoon in 1421wordt gekoppeld? Als achterkleinzoon van Floris Janszoon is dit zeker niet denkbeeldig. Het is een interessante optie voor aanvullend onderzoek.
Vooralsnog luidt de conclusie dat Floris Janszoon “koster” een zoon is van een Jan Hugeszoon en Lijsbeth Florisdochter. Hard bewijs, nee dat is het niet, vandaar hier 65% als genealogisch bruikbaar wordt aangehouden voor de Heemskerk stamboom en dat is dan vooral gebaseerd op het feit dat de dood van een Floris Janszoon in Sassenheim tussen 1420 en 1425 bevestigd wordt in een tweede, geheel ander document. Hoe groot is dan de kans dat dit geen match is? Eén op drie wordt hier aangehouden. Rekenend met dit overlijdensjaar en het feit dat zoon Jacob Floris Janszoon redelijkerwijs boven de 20 jaar is geweest in 1421 mogen we voor zijn vader van Floris Janszoon een geboorteperiode voor 1375/80 inschatten.
Samengevat: generatie 1 tot en met 15 is bewezen, 16 tot en met 18 is aangetoond vanuit meer dan één bron en generatie 19 is vooralsnog theorie door het ontbreken van een tweede bron waarin de namen van deze voorouders genoemd worden.
Hoofdstuk 2. De vermeende relatie van schout Willem Willemszoon met de “Aelwijnen” uit Leiden. Verbetering en aanvulling.
Omdat de naam van de eerste echtgenote van schout Willem Willemszoon een belangrijke aanwijzing kan zijn in de bewijsvoering voor nog oudere generaties is al eerder gezocht naar haar persoon. Haar twee oudste zonen, Willem en Floris lijken vernoemd naar vader en grootvader aan vader Willems zijde. Zoon Cornelis zou in de vernoemingslogica dan vernoemd zijn naar mannen aan zijn moederszijde. Gegevens rond hun moeder zou helpen antwoord te geven op openstaande vragen, zoals het grote verschil in leeftijd tussen het oudste (Willem, 1490/95) en jongste kind van schout Willem (Aller, circa 1527). Er is ook een periode van zo’n vijftien jaar zonder geboorten van kinderen, althans zo lijkt het. We kunnen ook een derde echtgenote en onbekend gebleven dochters niet uitsluiten.
De zoektocht naar de eerste echtgenote van Willem leidde onder andere naar de familie van Gerrit Aelwijnszoon, omdat hij in een document uit 1527 genoemd wordt als vader van twee kinderen die schout Willem hun “neef” noemen. Er is dus een directe familierelatie maar de term neef kan meerdere betekenissen hebben. Eén uitleg is dat de gezochte echtgenote deel uitmaakte van een familie waarin de naam Aelwijn ook prominent aanwezig is. We komen dan uit bij Leidse burgers die grootgrondbezitters waren in Sassenheim. Was de echtgenote van schout Willem misschien een Aelwijnsdochter. Die aanname blijft ook nu na nieuw onderzoek niet geheel geschrapt maar wordt wel als onwaarschijnlijk beschouwd. Dat verdient uitleg. In de eerste plaats bleek Cornelie of Cornelia Aelwijnszoon “van Swaneburg” uit onderstaand, aangepast familieschema geen zus maar een dochter van Claes Aelwijnszoon te zijn. Na deze aanpassing is verder gezocht naar verbetering van het schema. Dat leverde aanpassing van geboorte- en overlijdensjaren van personen op, eerder was al geconcludeerd dat die erg ver uit elkaar lagen. Dat vergroot de bruikbaarheid van gegevens niet.

Opnieuw en veel diepgaander is in Leidse archieven gezocht naar de ouders van de familietakken “Aelwijnszoon” die in het schema genoemd worden. Het mazzeltje daarbij was dat de namen Ermgaert en Isaack in deze takken voorkomen, behalve in de tak Gerrit Aelwijnszoon. Die voornamen komen niet zo vaak voor en dat vergroot de kans op vondsten. Eerst is gezocht naar mannen met Aelwijn als voornaam of als verwijzing naar hun vaders naam, hun patroniem. Dat gaf kansrijke personen die voor 1475 genoemd worden. Het levert de volgende opsomming op zonder de pretentie compleet te zijn:
| Vader | Detail | Echtgenote | |
| 1 | Aelwijn Dirckszoon; ovl voor het jaar 1448 | Zn: Dammas, Geryt, Jan en Dirck | Fije Willemsdochter Ovl 1449/50 |
| 1a | Dirck Aelwijnszoon; is al volwassen 1448; ovl voor 1458 | Zoon van Aelwijn en Fije Kdr: Willem en Jan | Aechte nn.dochter; weduwe in dec 1457 |
| 2 | Aelwijn Pieterszoon | Hase Pouwelsdochter | |
| 3 | Aelwijn Gerritszoon | Vader van Geryt? | |
| 3a | Geryt Aelwijnszoon | Vader van Isaack? Koopman | |
| 3b | Isaack Gerritszoon Overleden voor 1486 | Isaack is molenaar Kdr: Gerrit, Grietje, Baarte | Geertruyt nn-dochter |
| 3c | Aelwijn Gerritszoon | Zoon van Geryt? | Adriaentje Cornelisdr |
| 4 | Aelwijn nn-zn ovl voor 1462 | Cornelie nn-dochter | |
| 5 | Claes Jacobszoon “cuper” ovl plm 1504 | Kinderen: Jacob, Aelwijn, Hillegont en Geertruyt | Alijt nn-dochter |
| 5a | Aelwijn Claeszoon | Vader is Claes Jacobszoon Broer is Jacob, zussen Hillegont en Geertruyt | |
| 5b | Aelwijn Jacobszoon “cuper” | Vader is Jacob Claeszoon Kdr: Geertruyt, Griet, Hillegont en Vranck | 1 Geertruyt Claes Masendr ovl 1483 2 Gerburg nn-dochter |
| 6 | Aelwijn Claeszoon | Zn.: Claes, Mees en Isaack | Ermgaert nn-dochter |
In deze tabel zijn de families 1 tm 4 gescheiden van 5 en 6. Hoewel de bronnen summier zijn is de kans klein dat deze eerste vier Aelwijn-opties een relatie hebben met de familie Van Swanenburg, zoals we die na 1500 met hun familiewapen leren kennen. Onder de vier is Geryt Aelwijnszoon nog de meest interessante maar zijn naam komt al zo vroeg voor in de Leidse archieven, dat het uitgesloten lijkt dat hij dezelfde man is uit Sassenheim die we voor de Heemskerk-stamboom onderzoeken.
Onder 5 en 6 zijn families gevonden die een Aelwijn Claeszoon in de gelederen kenden. Die zijn in het familieschema opgenomen en worden hier toegelicht. Een jaar eerder was al aangenomen dat Ermgaert de naam van de stammoeder van de gezochte Aelwijnsfamilie Van Swanenburg zou kunnen zijn. Voor familie 6 is in het jaar 1471 een Ermgaert gevonden, zij blijkt weduwe van ene Aelwijn Claeswijn. Dat was veelbelovend. In het schema komt immers een zoon Claes Aelwijnszoon (van Swanenburg) voor. Veel meer dan informatie over een financiële geschilletje dat Ermgaert heeft in dat jaar leverde die vermelding niet op. Maar zij wordt weduwe genoemd en het Leids archief heeft oude registers waarin de afwikkeling van nalatenschappen ten behoeve van onvolwassen kinderen opgetekend staan in zogenaamde Weesboeken. In 1468 wordt daarin dezelfde Ermgaert genoemd, weduwe van Aelwijn Claeszoon. Zij wordt bijgestaan door een voogd maar ook drie zonen worden genoemd. Haar man is niet lang daarvoor overleden. Een wezenverklaring werd vaak binnen een jaar opgesteld, dus Aelwijn zou dan in of kort voor 1467 gestorven zijn.

Het belangrijkste deel van de tekst in vereenvoudigde taal.
“… voor ons verscheen Ermgaert, Aelwijn Claaszoons weduwe met haar gekozen voogd en bewijst zij haar twee kinderen, alzo Mees en Ysack, die zij gewonnen heeft bij Aelwijn Claeszoon haar man en bij consent van de weesmeesters van Leiden, alzo Sijmon Paedszoon en Claes van Leiden en bij raad en goedkeuring van Claes Aelwijnszoon, de weeskinderens broeder voor hun vaders erve de som van honderd Vlaamse ponden…”. De honderd pond vormen het aandeel van de twee jongens in hun vaders erfenis. Ermgaert hoeft dit echter van de Leidse weesmeesters niet direct uit te keren. Zij mag het geld “onder zich houden” maar zal haar twee zonen tot hun mondige jaren (volwassenheid) moeten onderhouden in eten, drinken en kleding. Waarna de broers alsnog het geld ontvangen, een betaling waarvoor hun broer Claes borg staat.
Dit belangrijke document leert ons twee zaken. Ten eerste heeft Claes Aelwijnsoon, de oudste zoon van weduwe Ermgaert blijkbaar een leeftijd bereikt waarop hij zelfstandig zijn zaken kan waarnemen en hier als borg mag optreden. En ten tweede worden er maar twee andere kinderen genoemd, namelijk Bartholomeus of Mees Aelwijnszoon en Ysack Aelwijnszoon. Claes Aelwijnszoon was in het eerder onderzoek al gevonden maar blijkt nu een vroegere geboortedatum te hebben dan werd aangenomen. We mogen hem nu inschatten op circa 25 jaar oud in 1468 en dat geeft een geboortejaar omstreeks 1440/45. Zijn broers zijn nog niet volwassen, zij hebben hun mondige jaren nog niet bereikt maar heel veel jonger zullen zij ook niet geweest zijn. Voor hen houden we een geboorte voor 1460 aan, ruim genomen. Er worden geen andere kinderen genoemd of die zijn net als Claes al volwassen.
Vervolgstap is het verzamelen van informatie rond deze drie broers. Voor het jaar 1500 worden zij enkele keren genoemd maar de gevonden documenten uit die periode geven weinig informatie prijs over de onderlinge relatie. Op dit punt moeten we de familie van Aelwijn Claeszoon onder 5 in de tabel ook in het achterhoofd houden vanwege mogelijk verband tussen beide families. Nazaten van Aelwijn Claeszonen gebruikten als schepen van de stad Leiden in de 16e eeuw de naam Van Swanenburg met hun familiewapen, waarop een schild met drie zwaantjes. Maar we komen dit wapen ook tegen bij een familie van bekende Leidse schilders en die tak was eerder niet te koppelen aan genoemde drie broers. Wellicht zijn de leden van deze schilderfamilie dan te verbinden met de Aelwijn Claeszoon onder 5 uit te tabel. Het is door dit nieuwe onderzoek gelukt om het verband tussen families 5 en 6 aan te tonen en ook een gezamenlijke voorouder aan te wijzen. We behandelen eerst de drie broers Van Swanenburg aan de hand van het gecorrigeerde familieschema hierboven.

Isaack Aelwijnszoon van Swanenburg, ook onder alternatieve schrijfwijzen van zijn naam te vinden zoals Ysack, Alewijn en Swane(n)burch, leefde van circa 1450/60 tot 1524. Isaack wordt na het jaar 1500 slechts enkele keren genoemd in documenten. Bij het eerste onderzoek naar de Aelwijnsfamilie was onduidelijk wat zijn relatie met de andere gevonden personen was, achteraf blijkt kinderloosheid de verklaring hiervoor. Maar met nieuwe vondsten waaronder zijn testament uit november 1522 is de verwantschap duidelijk. Kort na het opmaken van het testament is hij overleden. Enkele jaren eerder was hij nog schepen van de stad Leiden en gebruikte bij het bekrachtigen van documenten het familiezegel met drie zwaantjes (linksboven op het plaatje). Hij trad op als schepen van de stad vanaf circa 1509
Isaack trouwde Agniesje Dircksdochter maar had met haar geen kinderen. Wel blijkt uit zijn testament dat hij rond 1513 een “natuurlijke” dochter Anna heeft gekregen, die hij een aardig kapitaal kan nalaten. Haar moeder wordt niet genoemd. Bij het opmaken van het testament was Agniesje waarschijnlijk al overleden en zij kon dus geen bezwaar maken tegen het schenken van al het kapitaal aan dit buitenechtelijk kind. Het idee kinderloos te overlijden speelde drie jaar voor de geboorte van buitenechtelijke Anna een rol bij de beslissing van Isaack en Agniesje om land te schenken aan de Zangmeesters van de Zeven Getijden van de Pieterskerk. Het is een flinke schenking maar de tegenprestatie mag er ook zijn. Voor acht morgen land in Stompwijk, 500 Rijnlandse Roe land in Katwijk en 1400 Roe in Oegstgeest plus een geldbedrag moet wekelijks op dinsdag een mis gezongen worden met vier “choralen” op het Sint Anna-altaar, terwijl het orgel daarbij bespeeld wordt en de klok Pieter geluid. Na hun overlijden zal de priester met de zangers na elke mis het graf van het echtpaar moeten bezoeken. Dit wensenlijstje is een opmerkelijk detail uit het leven van deze mensen.
Het geschonken land was in twee aankopen eigendom van Isaack geworden maar is niet zijn enige bezit. Ook inkomsten over twee percelen van ieder zes morgen in Alphen worden aan dochter Anna nagelaten plus geldbedragen. Mocht Anna kinderloos overlijden dan komen vijf nichtjes en neven in aanmerking voor uitkering van de nalatenschap. Jan en Cornelie van Isaacks broer Claes Aelwijnszoon en Aelwijn, Cornelis en Alijt van broer Bartholomeus zijn plaatsvervangend erfgenaam. Niet genoemd wordt Ermgaert, een dochter van broer Claes Aelwijnszoon, zij is gestorven circa 1515. Isaack benoemt de executeurs van zijn testament tot voogden over Anna, waaronder zijn aangetrouwde neef Dirck Floriszoon Heermalen. Belangrijk voor het aantonen van zijn rol binnen de familie Swanenburg is dat Isaack twee keer als “oom” vermeld staat. In 1490 geeft hij goedkeuring aan een regeling voor twee weeskinderen, Dirck en Marijtje. De tweede vermelding van Isaack als oom vindt plaats in 1513 in de huwelijksvoorwaarden van zijn neef Aelwijn Meeszoon en Hillegont Willemsdochter.
Bartholomeus of Mees Aelwijnszoon van Swanenburg. Over zijn persoon zelf vinden we weinig documenten terug maar wel meer voor zijn (klein) kinderen. Bartholomeus is geboren circa 1450/60 en wordt in september 1521 nog genoemd als tegenstander van zijn eigen zoon Mees in een geschil over de nalatenschap van zijn moeder. Maar een jaar later, in 1522, is sprake van de erfgenamen van Bartholomeus. Hij is dus rond hetzelfde jaar overleden als zijn broer Isaack, waarschijnlijk eerder want hij wordt niet genoemd in het testament van Isaack, zijn kinderen wel. Helaas kennen we naam van de echtgenote van Mees niet, zij zal kort voor september 1521 overleden zijn. Ook Bartholomeus en zijn nazaten voeren het familiewapen met de zwaantjes. Uit het testament van Isaack weten we dat Bartholomees of Mees Aelwijnszoon in ieder geval drie kinderen had: Aelwijn Meeszoon, Cornelis Meeszoon en Alijt Meesdochter.
Claes Aelwijnszoons van Swanenburg. Geboren rond 1443 en overleden in 1497 of een jaar eerder. Mogelijk begraven in de Pancraskerk waar de leden van de familie Van Swanenburg menig graf in eigendom hadden. Er zijn niet zoveel vermeldingen van Claes tijdens zijn levensperiode maar zijn overlijden brengt een stroom van activiteit op gang, vooral door initiatieven van zijn weduwe Alijt. Dit begint met een document uit de Leidse Weeskamer. In 1499 legt weduwe Alijt daar het recht op de vaderlijke nalatenschap vast voor haar onvolwassen kinderen. Getuigen zijn Bartholomeus en Isaack Aelwijnszonen, de broers van haar overleden man Claes. Er worden vier kinderen genoemd: Alewijn, Jan, Cornelis en Ermgaert. Als er volwassen kinderen waren dan was het niet nodig om hen te noemen in de verklaring, dus we mogen niet uitsluiten dat die kinderen er wel degelijk waren. Claes lijkt getrouwd na 1474 want vier kinderen die in 1499 nog niet volwassen waren geven dat trouwjaar, Claes was toen zo’n dertig jaar oud. Als vraagteken in deze wezenverklaring dragen we hier Cornelie of Cornelia Claes Aelwijnsdochter aan. Eerder hadden we haar per abuis nog als zus van Claes genoteerd, want zij werd niet genoemd als weeskind van Claes. Cornelie trouwde Jan Vranckenzoon van Alckemade uit Haarlem en zij was aan geen enkele andere familie te koppelen, dus werd aangenomen dat zij een zus van Claes was. Maar nu we met de vondsten de testamenten van haar moeder en haar oom Isaack zeker weten we dat de Cornelis die in de wezenverklaring van 1499 genoemd wordt een verschrijving moet zijn geweest is Cornelie in het schema opgenomen als dochter van Claes Aelwijnszoon en Alijt. Aanvullende aanwijzing vormde de naam van de dochter van Jan Vranckenszoon en Cornelie, zij wordt Ermgaert genoemd. Cornelie blijkt ook eerder getrouwd te zijn, met een Martijn Pieterszoon. Cornelie of Cornelia Claes Aelwijnsdochter is rond 1522 overleden. Zij wordt ook genoemd in het testament van haar moeder Alijt dat enkele jaren daarvoor is opgemaakt.
Claes Aelwijnszoon had volgens de wezenverklaring een ververij op de Oude Rijn in het Leidse Marendorp. Zijn weduwe Alijt zien we na het overlijden van Claes meerdere keren vermeld in het archief van Lisse en omgeving. In deze periode heeft zij enkele contacten met de Sassenheimse schout Willem Willemszoon (Heemskerk). Hij verkoopt zelfs een klein perceel van zijn landerijen aan haar in 1508. Kort daarvoor kocht Alijt een woning met zes hectare grond in het zuideinde van Lisse. Daarmee werd zij min of meer buurvrouw van de Heemskerkfamilie die niet ver van de grens met Lisse woonden. Haar woning wordt later eigendom van haar zoon Jan. Overigens is haar vermoedelijke patroniem “Jansdochter”, het is afgeleid van de naam van deze zoon Jan, die vernoemd zal zijn naar zijn grootvader aan moeders zijde. Met de aankopen in Sassenheim en Lisse zou dit deel van de Swanenburg familie zich nadrukkelijk verbinden aan Sassenheim waar zij grootgrondbezitters vormen gedurende een groot deel van de 16e eeuw. Met name Claes, zoon van Aelwijn Claeszoon en Jan Claes Aelwijnszoon van Swanenburg komen naar voren als kapitaalkrachtige figuren. Claes had in het midden van die eeuw zo’ 30 hectare land en een hofstede in Sassenheim in eigendom. Deze hofstede wordt door onderzoeker Rob Pex aan Claes gekoppeld, het is oorspronkelijke gebouw dat we nu kennen als het Oude Koningshuis.
Schildersfamilie Van Swanenburg
Door hun bekendheid als Leidse kunstschilders is in het verleden al veel onderzoek verricht naar deze familie, dragers van het Van Swanenburg wapen met de drie zwaantjes. Meerdere onderzoekers geven de schilders een oudste voorvader (Coman) Claes Jacobszoon, gestorven rond 1504. Zijn persoon en nazaten slaan we hier vanwege hun bekendheid over maar behandelen wel de zoektocht naar oudere voorouders van Claes Jacobszoon. Dat heeft als achtergrond het logische verband tussen de schilderstak en de Aelwijnstak die hierboven besproken is. Logisch vanwege dezelfde achternaam en familiewapen. Dat verband is gevonden en we kunnen nu dus een gezamenlijke stamvader aanwijzen, Claes Jacobszoon en zijn echtgenote Alijt, hun huwelijk wordt ingeschat rond 1410 te hebben plaatsgevonden. Hieronder hun nazaten met globaal de periode waarin de genoemde generaties leefden, allemaal inwoners van Leiden.
| Periode: | Swanenburg,schilders tak Jacob | Swanenburg tak Aelwijn | |
| 1380-1460 | Stamvader Claes Jacobszoon (overlijdt ca 1443), huwelijk circa 1410 met: Alijt nn-dochter (Aelwijn/Isaacksdr?) Kinderen: Jacob, Aelwijn Geertruyt en Hillegont | ||
| 1410-1490 | Jacob Claeszoon (cuiper) Adriaentje Dirck Claeszdr ovl 1450 Jacob heeft zoon Aelwijn. | Aelwijn Claesz ovl 1467 Ermgaert nn-dochter Kdr: Claes, Bartholomees, Ysack | |
| 1440-1520 | Claes Jacobszoon ovl plm 1504, trouwt 1. Katrijn Woutersdr ovl 1483 Kdr: Cornelis, Isaack, Wouter en Claes 2. Alijt nn-dr (dochter Lijsbeth) | Claes Aelwijnsz 1443-1497 Alijt Jansdochter ovl 1515-1520 Kdr: Ermgaert, Aelwijn, Cornelie en Jan. | |
| 1470-1550 | Isaack Claeszoon plm 1475-1523 Aechje Splinter Jansdochter | Aelwijn Claeszoon plm 1480- nn-dochter | |
| 1500-1580 | Claes Isaackszoon plm 1516-1571 Marijtje Bouwensdr van Warmondt | Claes Aelwijn Claeszn 1508-1561 Anna Cornelisdr van (der) Hooch | |
| 1530-1610 | Isaack Claeszoon 1537-1614 Marijtje Joostendr Dedel | Isaack Claes Aelwijn Claesz Ovl voor 1561; “Verhooch” | |
Isaack als schakel van beide takken met de Sassenheimse schoutenfamilie Heemskerk.
De naam Isaack komt in beide Swanenburg takken voor en het feit dat schout Willem Willemszoon (Heemskerk 1468-1540/42) een zoon heeft met die weinig voorkomende naam suggereert een verband met deze Leidse familie. Dat idee wordt versterkt door het uitgebreide en langdurig bezit van de Leidenaren in Sassenheim en de persoonlijke contacten die hier ongetwijfeld uit voortvloeiden gezien de rol van de Heemskerken als schout van het dorp. Bovenstaand overzicht laat zien hoe de naam Isaack gemeengoed wordt in beide familietakken. Mogelijk is de naam te herleiden naar familieleden van de stamouders Claes en Alijt. Maar zonder bewijs helpt dat ons niet verder.
Als Isaack Willemszoon Heemskerk een zoon was uit het eerste huwelijk van schout Willem Willemszoon, dat tussen 1490 en 1495 is gesloten, zou de eerste echtgenote verwant moeten zijn aan die generatie uit één van beide familietakken Van Swanenburg. Dat spreekt echter het geboortejaar van Isaack tegen, hij is pas medio 1524 geboren en dat is bij nadere beschouwing een te laat tijdstip om nog een zoon van de gezochte eerste echtgenote van schout Willem te kunnen zijn. Het is daarbij ook veel logischer dat hij een zoon is van Willems tweede echtgenote Meijnsge Aelbertsdochter. Twee jaar na Isaack krijgt zij nog een zoon Aller(t) Heemskerk, in Leiden bekend als Aller van Sassem. Als de naam Isaack in Meijnsges familie voorkomt kunnen we met zekerheid de mogelijkheid schrappen dat de eerste echtgenote verwant is aan de Aelwijnsfamilie. De naam en persoon van die eerste echtgenote blijft dus ook na dit tweede onderzoek een raadsel. Optie is dan nog dat zij een Cornelisdochter was. Dit omdat de derde zoon van schout, Cornelis, waarvan we weten dat hij rond 1508 geboren is, naar zijn grootvader vernoemd kan zijn.
Hoofdstuk 3. Gerrit Aelwijnszoon, “neef” van schout Willem Willemszoon Zijn achternaam of toenaam is “Van’t Langhevelt”.
Gerrit Aelwijnszoon woonde en werkte in Sassenheim, waar hij vermoedelijk een dochter van Pieter Kruivenaar trouwde. Dat leiden we af van meerdere Leeuwenhorst percelen die hij gezamenlijk met of als opvolger van leden van de familie Kruivenaar gebruikte. Pieter Kruivenaar wordt door meerdere genealogen aangehouden als schoonvader van Gerrit Aelwijnszoon. Onderbouwing is onder andere het feit dat de oudste zoon van Gerrit Aelwijnszoon Pieter werd gedoopt. Al eerder werd gepubliceerd dat Gerrit Aelwijnszoons kinderen en schout Willem Willemszoon (Heemskerk), als “neef” gerelateerd zijn, het staat zo letterlijk in een document uit 1527 hoewel onduidelijk blijft hoe die verwantschap precies in elkaar stak. Tijdens dit hernieuwde onderzoek naar de familie Heemskerk is ook hier nog eens naar gekeken en we weten nu door een onverwachte vondst dat Gerrit Aelwijnszoon van’t Langhevelt als achternaam of bijnaam meekreeg in een document. Het is een unieke vermelding in slechts één document en verder kennen we hem alleen onder voornaam en patroniem. Veel meer dan die achter- of bijnaam leverde dit document niet op en het lijkt meer een verwijzing naar zijn herkomst uit het Langeveld in Noordwijk(erhout) dan een echte familienaam. Maar de hoop is nog niet opgegeven iets meer over hem te vinden.
De hoofdstukken samengevat
– Het hernieuwde onderzoek naar de familie Heemskerk maakt duidelijk dat het onwaarschijnlijk is dat de eerste echtgenote van schout Willem Willemszoon uit Sassenheim verwant is aan de Leidse Van Swanenburg familie.
– Sassenheimer Gerrit Aelwijnszoon, van wie de kinderen een “neef” van dezelfde schout Willem worden genoemd heeft nu een bijnaam of toenaam Van ’t Langhevelt, maar die staat maar in één document. Het Langeveld als herkomst van zijn familie verdient onderzoek.
– Er is een nieuw echtpaar als stamouders Heemskerk aan de stamboom toegevoegd, gebaseerd op sluitende informatie uit twee verschillende bronnen. Het zijn Jan Hugeszoon en Lijsbeth Florisdochter, geboren midden 14e eeuw.
– Nieuwe onderzoeksopties:
1. Het gebruik van een een 6-puntige ster op het wapenschild van de Sassenheimse zoon van Gerrit Aelwijnszoon. Pieter werd schout in Noordwijkerhout. Een wapenschild met ster is zeldzaam maar een vergelijkbare ster vinden we verrassend genoeg ook terug bij de Leidse burgemeester Claes Claeszoon van Noortich al is niet duidelijk of die 5 of 6 punten heeft. Het lijkt ver gezocht maar is er mogelijk familieverband en had deze Leidse burgemeestersfamilie Van Noortich grond in eigendom in Noordwijkerhout, waarvoor een aanwijzing gevonden is?
2. de band tussen de oudste generaties Heemskerk en de Oude Hofstede in Sassenheim. Het staat vast dat de familie een huis had op of vlak bij het terrein waarop het huidige Huis Ter Lee gebouwd is. Dat huis is in de Tachtigjarige Oorlog afgebrand maar werd al tientallen daarvoor gebruikt en dat samen met twintig morgen land dat van het Regulierenklooster in Leiderdorp werd gepacht. Dat klooster heeft de rechten op dit land in 1421 overgenomen van Johan, heer van Heenvliet en de Capelle. Zie onderstaand charter. Is het toeval dat precies in dat jaar de eerder genoemde Floris Janszoon is overleden en een pachtcontract misschien afliep? In het charter worden de belendende percelen genoemd. Het land strekte zich aan zuidoostzijde uit tot aan de Cleypoel, aan westzijde herkennen we de naam van Dirck Jan Trudenszoon. Hij was pachter van het klooster Leeuwenhorst. In die pacht werd Dirk opgevolgd door vier generaties van een familie “Aelberts” en zo komen we uiteindelijk uit bij Willem, de broer van schout Cornelis Willemszoon Heemskerk. Willem trouwde een dochter van Dirck Aelbertszoon. Hij nam de bewoning van het huis op de twintig morgen land over van zijn stiefmoeder Meijnsge Aelbertsdochter na de dood van zijn vader schout Willem Willemszoon in 1540/1542. Rond de Oude Hofstede of het Huys Ter Lee vinden we dus niet alleen namen uit de stamboom Heemskerk maar ook meerdere namen en gebeurtenissen die we met hen, oudere voorouders en hun huis in verband kunnen brengen.
Jan van Heenvliet die in onderstaand charter wordt genoemd is gerelateerd aan de families Van Polanen/Van Duivenvoorde/Van Wassenaar. Uit hun gelederen werden “heren van Sassenheim” geleverd, zij hadden het nodige bezit in dat dorp. Dat zou de twintig morgen uit het charter kunnen verklaren. De verwevenheid van adellijke families is voor onderzoekers een “moeras” waar men gemakkelijk in kan verdwalen. Het onderzoek zal zich vooralsnog alleen richten op de vraag of het inzichtelijk maken van het verband tussen alle gevonden aanwijzingen een haalbare kaart is.

Augustus 2026 Jan Duivenvoorden.
